woensdag 16 maart 2011

Website geestdrift - Crisiskaart

Website geestdrift - Crisiskaart

Landelijk Crisiskaart Informatie- en Ondersteuningspunt (LCIO)

Crisiskaart© ggz

Er zijn vele duizenden crisisgevoelige ggz-cliënten in Nederland. Met een crisiskaart op zak kan de cliënt zelf aangeven wat er in geval van crisis met hem of haar moet gebeuren. Dit geeft cliënten een gevoel van zekerheid en regie over het eigen leven. Met de opzet van het LCIO komt er een centraal landelijk steun- en expertisepunt met als hoofddoel het initiëren en stimuleren van regionale en lokale initiatieven op het gebied van crisiskaarten.

Zie voor meer informatie over de het project Crisiskaart de opent in een nieuw venster website van het LCIO.

In diverse regio’s is al veel werk verzet en zijn er diverse goed lopende protocollen en materialen voor een crisiskaart ontwikkeld. De Fontys Hogeschool heeft een opleiding voor crisiskaart-consulenten en er loopt een onderzoek naar het effect van de crisiskaart. Prioriteit van het LCIO is deze versnipperde kennis te verzamelen en via een website toegankelijk te maken.

Aanvraag gehonoreerd

In de zomer van 2009 werd een subsidie-aanvraag voor een driejarig (najaar 2009-najaar 2011) project 'Landelijk Crisiskaart Informatie- en Ondersteuningspunt' (LCIO) gehonoreerd. De uitvoering van het project wordt mogelijk gemaakt diir het Innovatiefonds Zorgverzekeraars, die de aanvraag honoreerde.

Wat kunnen RCO’s en ggz-steunpunten doen?

Veel crisiskaart-projecten zijn ondergebracht bij RCO’s die deelnemer waren van VO!CE. Er bestaat een landelijk overleg van crisiskaart-consulenten (LOCO), waar min of meer wordt bijgehouden waar er in Nederland crisiskaart-projecten zijn. De regio’s waarin RCO’s actief zijn, staan vast. Daarom is mogelijk om per regio na te gaan of er een crisiskaart-project is en hoe de voortgang is. Er worden aan het begin en aan het eind van het project LCIO metingen verricht m.b.t. de voortgang van de regionale crisiskaart-projecten. De Overlegcommissie RCO’s - het contactplatform voor de lid-rco's van Geestdrift - die een aantal keren per jaar bijeen komt, heeft een signalerende en stimulerende functie.


Projectleider LCIO

Voor vragen of informatie kunt u contact opnemen met drs. Renée Smulders, projectleider LCIO, tel: 030-2521822 / 06-48420854, R.Smulders@vereniginggeestdrift.nl.


Website

In juli 2010 is de website van het LCIO online gegaan. U vindt daar de projectbeschrijving en informatie over lopend onderzoek en specifieke informatie over de Crisiskaart© voor cliënten, voor cliëntondersteuners / crisiskaartconsulenten en voor professionals (zorgaanbieders, hulp- en dienstverleners zoals politie en ambulancepersoneel, huisartsen, zorgverzekeraars enz.).

opent in een nieuw venster www.crisiskaartggz.nl


dinsdag 15 maart 2011

Landelijk expertise-en implementatiecentrum dubbele diagnose

LEDD

Wat doet het LEDD?

Ledd congres 2011

'Motiveren doe je in fasen': De kunst en kunde van het fasegericht
geïntegreerd behandelen van dubbele diagnose cliënten.

Donderdag 21 april 2011, Amersfoort

KLIK HIER VOOR MEER INFORMATIE

KLIK HIER OM U DIRECT IN TE SCHRIJVEN

De combinatie verslaving en een psychiatrische aandoening, de zogenaamde dubbele diagnose, vereist een specifieke, geïntegreerde behandelaanpak, bij voorkeur uitgevoerd door een multidisciplinair team. Daar komt van alles bij kijken. Het LEDD is opgericht om instellingen verder te helpen. Door kennisoverdracht en methodiekontwikkeling. Maar ook door instellingen praktisch te ondersteunen en te begeleiden.


LEDD is een samenwerkingsverband van Trimbos-Instituut, Arkin, GGZ Eindhoven en de Kempen, Palier (Parnassia Bavogroep) en Delta Psychiatrisch centrum. Op deze wijze zijn kennis en expertise van een aantal instellingen die zich intensief met dit thema bezighouden krachtig gebundeld. Zo willen we iedereen die met dubbele diagnose bezig is, een platform bieden. We kunnen expertise leveren in de vorm van training, opleiding, coaching en advies. We stellen instrumenten beschikbaar en bieden begeleiding bij de implementatie. En in het kenniscentrum van LEDD is de meest actuele informatie te vinden.

Training, opleiding, coaching & advies

Implementatie, monitoring en borging

Zorgvoorpsyche.nl – Landelijk initiatief voor langdurige en terugkerende psychische klachten < Home RUG < Rijksuniversiteit Groningen

Zorgvoorpsyche.nl – Landelijk initiatief voor langdurige en terugkerende psychische klachten < Home RUG < Rijksuniversiteit Groningen

Zorgvoorpsyche.nl – Landelijk initiatief voor langdurige en terugkerende psychische klachten

Datum:09 maart 2011

Donderdag 10 maart 2011 wordt de website zorgvoorpsyche.nl gelanceerd. Een site waarop alle kennis bijeen is gebracht over de grilligheid van de meest voorkomende psychische klachten, zoals depressie, angststoornissen en eetstoornissen en psychologische behandelmethoden.

De site richt zich met name op chronische en recidiverende psychische klachten. Per stoornis is informatie over lopend onderzoek en vormen van behandeling gebundeld. Bovendien kunnen bezoekers direct hun vragen hierover stellen aan experts.

Zorgvoorpsyche.nl is een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen (Klinische Psychologie, prof.dr. C. Bockting) in samenwerking met diverse universiteiten, instellingen en experts op het gebied van psychische stoornissen (Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit van Amsterdam, Vrije universiteit, GGZ VU Ingeest Amsterdam, PsyQ Rotterdam, Accare Smilde en de Depressiestichting).

De nadruk ligt bij deze website op informatievoorziening over wat er aan 'de aard van het beestje' te doen is met zelftests en psychologische behandelmethoden. Veel psychische aandoeningen blijven steeds terugkomen of zijn chronisch. De website is bedoeld voor mensen die deze psychische klachten hebben. Daarnaast is de website een informatiebron voor therapeuten en onderzoekers over de nieuwste ontwikkelingen in de praktijk.

De informatie op de site is afkomstig van universiteiten en geestelijke gezondheidszorginstellingen. Zorgvoorpsyche.nl is een onafhankelijke website die niet gefinancierd wordt door de farmaceutische industrie.

Angststoornissen en depressie zijn samen de meest voorkomende psychische aandoeningen en bepalen samen de grootste ziektelast van alle ziekten. De website zorgvoorpsyche.nl bevat informatie over deze meest voorkomende psychische aandoeningen, nieuwe ontwikkelingen in psychologische behandelingen en terugval preventie. De nadruk ligt op informatievoorziening over psychische klachten die chronisch of recidiverend zijn, namelijk angststoornissen (waaronder de gegeneraliseerde angststoornis, de paniekstoornis e.d.), eetstoornissen, depressie, recidiverende depressies en chronische depressie.

De lancering van de website zorgvoorpsyche.nl vindt plaats tijdens het symposium 'Depressief realisme, angsthaas of zwartkijker?' dat op 10 maart wordt georganiseerd in de Posthoornkerk in Amsterdam.

Noot voor de pers

U bent van harte welkom bij de lancering van de website en het symposium 'Depressief realisme, angsthaas of zwartkijker?'. Voor het reserveren van persplaatsen, maar ook voor aanvullende informatie kunt u contact opnemen met:

Claudi Bockting, Gemma Kok of Gerard van Rijsbergen, tel. 06-39616754, e-mail c.l.h.bockting@rug.nl


Laatst gewijzigd:09 maart 2011 13:50

Nieuw: praktisch hulpmiddel voor risicosignalering

Nieuw: praktisch hulpmiddel voor risicosignalering

Nieuw: praktisch hulpmiddel voor risicosignalering

Actiz en V&VN (voorheen Sting) hebben een praktisch hulpmiddel ontwikkeld dat je ondersteunt bij het signaleren van mogelijke gezondheidsrisico's.

Poster en werkblad
Er is een poster en een werkblad ontwikkeld. Ze helpen je bij het signaleren van gezondheidsrisico's bij cliënten en geven aan welke signalen je serieus moet nemen. Ook wordt aangegeven welke vervolgacties verstandig zijn en hoe je het beste kunt handelen.

Er wordt onder meer ingegaan op depressie, medicatie, incontinentie, voeding en decubitus.

Downloaden
Je kunt zowel de poster als de werkbladen kosteloos downloaden vanaf deze site. Gedrukte exemplaren komen later beschikbaar via Actiz of via onze webwinkel. Op dit moment is nog niet bekend wanneer deze beschikbaar zijn.

>> naar de poster
>> naar het werkblad

Geplaatst op: 4 maart 2011

maandag 14 maart 2011

Participatie en cliëntenraden in de GGz

http://www.google.nl/url?sa=t&source=web&cd=1&ved=0CBwQFjAA&url=http%3A%2F%2Fwww.kr8en.nl%2Fmainpages%2Fparticipatie%2F16%2520vragen%2520over%2520participatie.doc&rct=j&q=participatie%20ggz&ei=Hih-TcCSHcfGswap47mZCQ&usg=AFQjCNFi5vW1p84obdJafMGK3yBIJCTpkg&sig2=6K4HxaAyakgOgp46PuNRhA&cad=rja


Participatie en cliëntenraden in de GGz

Als het gaat om clientenparticipatie binnen de instelling wordt al snel gedacht aan een clientenraad. Cliëntenparticipatie is méér dan het instellen van een cliëntenraad. Cliëntenparticipatie in de geestelijke gezondheidszorg (GGz) is een inspirerend, mooi en soms ook moeizaam proces. Al zo’n 8 jaar lang heb ik gestoeid met ‘vormen van participatie in de GGz’. Met cliëntenraden, publicaties, panels, interviews, afdelingsbijeenkomsten, onderzoek vanuit cliëntenperspectief en het regionale GGz Platform.

In dit artikel wil ik, aan de hand van een aantal thema’s en voorbeelden, het functioneren van een cliëntenraad binnen de instelling op een praktische wijze bespreken en tips geven voor verbeteringen. De cursieve teksten betreffen praktijkervaringen van verschillende cliëntenraden op het terrein van de GGz in Nederland.

In het jaar 1996 is de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen in werking getreden. In deze wet staat dat elke grotere instelling voor gezondheidszorg verplicht is een cliëntenraad in te stellen. In zo'n cliëntenraad nemen cliënten zitting die representatief zijn voor de instelling en in staat zijn voor de belangen van de overige cliënten (de achterban) op te komen. De cliëntenraad heeft invloed op de gebieden wonen, werken, behandelen en ontspannen in en buiten de instelling. Een cliëntenraad maakt het mogelijk dat cliënten invloed hebben op het beleid van de instelling, maar ook op het niveau waar het dagelijks leven van de cliënten zich afspeelt. Tenminste, zo hoort het te gaan.

Cliëntenparticipatie in niveaus

Cliëntenparticipatie is méér dan het instellen van een cliëntenraad. De cliëntenparticipatie is binnen de instelling in te delen in niveaus, we kunnen participatie op instellingsniveau, afdelingsniveau en behandelingsniveau onderscheiden.

Voor de participatie op instellingsniveau kan een cliëntenraad haar diensten bewijzen. De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen speelt een belangrijke rol op dit niveau. Een clientenraad hoeft zich niet te beperken tot haar formele ‘vergaderrol’, maar kan haar werkterrein verbreden door bijvoorbeeld het instellen van werkgroepen, organiseren van panelgesprekken met clienten en door het houden van interviewronden onder de ‘achterban’.

Een afdelingsoverleg of afdelingscommissie, waarbij cliënten daadwerkelijk inspraak krijgen over concrete zaken op de afdeling, is een belangrijke vorm van participatie op afdelingsniveau. Ook deze vorm moet onafhankelijk en deskundig ondersteund worden. Het is belangrijk dat er contact is tussen het afdelingsoverleg en de cliëntenraad.

Vooral ook de participatie op het behandelingsniveau is van belang. Het is belangrijk cliënten op individueel niveau zoveel mogelijk invloed te geven op de behandeling of begeleiding. Methoden die hiervoor kunnen worden gebruikt zijn onder andere tussentijdse (onafhankelijke) evaluatie, het vraaggestuurde behandelplan, de zorgconsulent, de patientenvertrouwenspersoon, het persoonsgebonden budget, onafhankelijke indicatiestelling, het klachtrecht en bijvoorbeeld kwaliteitsonderzoek vanuit cliëntenperspectief.

Binnen de instelling hebben wij een cliëntenraad die actief is op de afdelingen met afdelingsvergaderingen. Daarnaast nodigen we cliënten uit om deel te nemen aan panelgesprekken, bijvoorbeeld over behoefte aan andere vormen van wonen, nazorg of alternatieve therapievormen. We hebben een eigen krant waarin cliënten schrijven over hun ervaringen. Ook hebben we een aantal werkgroepen. Je moet op zoveel mogelijk manieren cliënten activeren, niet alleen maar via de cliëntenraad.

Representativiteit

Elke vorm van cliëntenparticatie is meer of minder representatief voor de achterban. De afvaardiging van één cliënt in een managementoverleg is uiteraard niet representatief, maar ook een cliëntenraad of een panel is niet altijd representatief. In cliëntenraden vindt je nogal eens vergadertijgers of mensen die het prettig vinden om contact te hebben met het management of de directie. Het nadeel hiervan is doorgaans dat de opinie van de achterban niet tot zijn recht komt.

In het overleg met de Raad van Bestuur van de instelling neemt één cliënt van de cliëntenraad steeds vaker het woord. Hij is goed opgeleid, goed gebekt en goed gekleed. Hij domineert het overleg met abstracte thema’s en komt voortdurend met zijn persoonlijke mening. De Raad van Bestuur ziet in hem een geschikte spreekbuis en moedigt hem nog verder aan. Andere cliënten rommelen in hun papieren en kijken naar de klok.

Het is een uitdaging om een participatievorm te vinden waarin zoveel mogelijk 'typen' cliënten betrokken kunnen worden, een vorm met een zo hoog mogelijke representativiteit.

Omdat er steeds minder cliënten lid willen worden van de cliëntenraad, gaat de cliëntenraad afdelingsgesprekken houden. Ze proberen met groepsgesprekken en persoonlijke interviews een concreet beeld te krijgen van de gang van zaken op de verschillende afdelingen, waardoor ze met verbeteringsvoorstellen kunnen komen.

Clientenparticipatie en de instelling

De instelling zal ten aanzien van de cliëntenparticipatie een duidelijk beleid moeten formuleren. Het is niet voldoende om aan de verplichtingen van de WMCZ te voldoen. Werk willen maken van cliëntenparticipatie betekent méér dan het instellen van cliëntenraden. De organisatie moet participatievormen ondersteunen waardoor zij een reëel beeld krijgt van wensen en ervaringen van cliënten. Zo’n instelling is ingericht als een dienstverlenende, klantgerichte organisatie waarbij de mening en de wens van de klant hoog in het vaandel staan.

De instelling is geïnteresseerd in het thema crisis. Cliënten hebben zelf aangegeven dat dit een belangrijk thema is. Door panelgesprekken, bijeenkomsten en persoonlijke interviews krijgen cliënten de kans hun ervaringen en wensen op dit gebied te uiten. Aan de hand van de resultaten wil de instelling de crisishulpverlening gaan veranderen en verbeteren.

Medewerkers van de instelling en clientenparticipatie

Cliëntenparticipatie staat niet los van resultaten behalen. Na maandenlang zwoegen met handtekeningenacties, behoeftepeilingen en vergaderingen moet er een zichtbaar resultaat te behalen zijn. Dit resultaat valt of staat met de houding van medewerkers (niet alleen van managers) van de instelling.

Na uitvoerig overleg met de ‘achterban’ en een aantal deskundigen geeft de cliëntenraad een goed beargumenteerd advies rondom de keuzemogelijkheid van de client voor een hulpverlener. Veel cliënten die een andere hulpverlener willen, worden met een kluitje in het riet gestuurd. Hoewel enige managers het advies van harte ondersteunen, blijkt het in de praktijk op veel verzet te stuiten van de behandelend artsen en het teamoverleg van verpleegkundigen. Daarom wordt het advies uiteindelijk niet geformaliseerd.

Professionele en onafhankelijke ondersteuning

Vooral in de GGz is ondersteuning van het cliëntenparticipatieproces noodzakelijk. Een ondersteuner kan niet in dienst zijn van de instelling zelf, omdat dit het management teveel invloed geeft op het handelen van de ondersteuner. Van de professionele ondersteuner wordt verwacht dat deze vanuit het cliëntenperspectief werkt. Hij moet voldoende vaardigheden hebben om het participatieproces op gang te brengen en te houden. Ondersteunen van het participatieproces is een vak, het is bijvoorbeeld te vergelijken met categoraal opbouwwerk. Cliënten krijgen te maken met geroutineerde en goed geschoolde managers en moeten kunnen terugvallen op een deskundige en onafhankelijke ondersteuning. Ook kan gedacht worden aan het inhuren van deskundigen op het gebied van een bepaald thema zoals de begroting van de instelling of kwaliteitstoetsing.

De cliëntenraad kreeg een ondersteuner. Voorheen was ze afdelingssecretaresse en ze is blij met haar nieuwe functie in dienst van de instelling. Enige kennis van de Wet Medezeggenschap Cliëntenraden Zorginstellingen heeft ze helaas niet. In een overleg met de directie doen leden van de cliëntenraad uitspraken over de grote hoeveelheid managers in de instelling. De sfeer wordt al snel minder vriendelijk en zelfs gespannen. Twee dagen na het overleg wordt de ondersteuner op het matje geroepen bij de directie. Er wordt haar dringend verzocht bepaalde leden van de cliëntenraad vóór het overleg te instrueren en daardoor het overleg ‘meer professioneel’ te laten verlopen.

‘mentaal’ onafhankelijk

Het is belangrijk dat de deelnemers van een participatieorgaan (zoals een cliëntenraad) mentaal onafhankelijk zijn van de instelling. Hiermee bedoel ik dat zij niet onder directe invloed staan van bijvoorbeeld het management. In de praktijk zijn er veel voorbeelden van cliënten die persoonlijke gunsten genieten van het management en regelmatig privé gesprekken voeren. Via persoonlijk contact kan een manager het reilen en zeilen van een cliëntenraad intensief beïnvloeden.

De voorzitter van de cliëntenraad kreeg een studiereis naar de USA aangeboden door de Raad van Bestuur. De penningmeester vertelde trots dat hij ‘ieder moment van de dag bij de directeur kon binnenlopen, zonder afspraak!’. Een ander lid van de cliëntenraad wil graag overgeplaatst worden naar een andere afdeling, en voert hier privé-gesprekken over met de locatiedirecteur.

financieel onafhankelijk

Een participatieorgaan, zoals een cliëntenraad, moet financieel onafhankelijk zijn van de instelling. Het budget van de cliëntenraad lijkt soms meer op een ‘gunst’ dan op een ‘recht’. De cliëntenraad moet verantwoording afleggen aan de instelling en de instelling kan de cliëntenraad ‘straffen of belonen’ door middel van verhogen of verlagen van het budget. Een onafhankelijke financiering draagt ertoe bij dat de cliëntenraad advies kan inkopen of onafhankelijke ondersteuning. Inmiddels is er dit jaar in de tweede kamer een motie aangenomen wat betreft financiering clientenraden. De Kamer vindt dat cliëntenraden moeten kunnen beschikken over een budget waaruit ze alle reguliere kosten kunnen bekostigen. Dit bedrag is bestemd voor professioneel advies, ondersteuning en scholing. Ook zijn clientenraden daardoor in staat een redelijke vergoeding te bieden aan cliënten die zich inzetten voor de cliëntenparticipatie.

Op de begroting van de cliëntenraad staan de kosten voor internet en computers. Ook het abonnement op allerlei bladen over GGz en wetgeving. De directie heeft de begroting niet goedgekeurd, omdat zij van mening is dat de cliëntenraad deze zaken ook in de bibliotheek kan vinden. Ook was er meningsverschil over de vergoeding per dagdeel voor cliënten. Deze werd niet op 10 euro gesteld maar op 5 euro. Het blad dat de raad uitgeeft, werd door de directie niet als belangrijk gezien, omdat er al een instellings(cliënten)blad was. Hiervoor werd geen bedrag ter beschikking gesteld.

Daadwerkelijk deelnemen

Hoe mooi het vaak ook klinkt; een panel, een raad of een openbare avond, de opkomst van de cliënten staat of valt met de faciliteiten en praktische mogelijkheden. Op welke tijd vindt het plaats? Het gebeurt niet zelden dat de strakke dagstructuur van de cliënten een vergadering of bijeenkomst doorkruist. De vroege ochtend is voor veel cliënten geen goed tijdstip voor een activiteit zoals een vergadering. Als er door cliënten afstanden moeten worden afgelegd kan het organiseren van vervoer een belangrijke voorwaarde zijn tot deelname aan een activiteit.

De bijeenkomst over bijwerkingen van medicatie is nu gepland op een avond en wel in het centrum, goed bereikbaar in het midden van de stad. We beginnen met een eenvoudige maaltijd (broodjes en hapjes). Omdat mensen van onze doelgroep weinig geld hebben en vaak niet voor zichzelf koken is dit een belangrijke publiekstrekker. We hebben overal posters en folders neergelegd met het programma in leesbare taal, de route naar het gebouw, openbaar vervoer er naartoe en natuurlijk dat het gratis is en inclusief een eenvoudige maaltijd. Succes verzekerd!!

Passieve of actieve cliëntenraadpleging

Een actieve raadpleging of participatie doet een beroep op de vaardigheden van cliënten en nodigt uit tot nemen van initiatieven. Het is belangrijk dat cliënten zelf de agenda bepalen.

De cliëntenraad heeft een panelgesprek georganiseerd over het thema wonen. In een serie gesprekken gaat ze inventariseren welke woonwensen er zijn in de regio en welke problemen cliënten ervaren bij het zelfstandig wonen. Het thema wonen leeft bij veel clienten en er zijn al veel ideeen naar voren gekomen over woonvormen waar behoefte aan is in de regio.

Bij een passieve vorm van raadpleging of participatie worden de cliënten in een later stadium bij de participatievorm betrokken. Ze bepalen de onderwerpen en de vragen niet, ze geven slechts antwoord op gestelde vragen. Ze worden daarbij onvoldoende uitgenodigd om zelf met voorstellen of meningen komen.

Acht cliënten zijn uitgenodigd voor een woonpanel. Na een ingewikkelde introductie blijkt dat cliënten slechts mogen reageren op plannen die de zorgaanbieder heeft ontwikkeld. Cliënten die met eigen ideeën komen en duidelijk vertellen aan welke woonvormen ze behoefte hebben, worden bestraffend toegesproken omdat ‘het daar niet over gaat’.

Ontwikkelen van participatievaardigheden

Het is belangrijk dat de gekozen vorm van cliëntenparticipatie de mogelijkheid van cliënten om invloed uit te oefenen op de eigen omgeving versterkt. De cliënt wordt niet alleen gestimuleerd om eens in de zoveel tijd zijn mening te geven maar ontwikkelt vaardigheden waarmee hij zijn dagelijkse realiteit effectief weet te beïnvloeden.

"De stem van gebruikers (van de gezondheidszorg) wordt nog weinig gehoord. En, zoals het ook in de zangkunst gebruikelijk is: stemmen moeten worden gevormd en daar hoort oefening bij. Meepraten, meedenken en meebeslissen zijn vaardigheden waarover niet elke gebruiker in voldoende mate beschikt. De toerusting met de vaardigheden om persoonlijke keuzes te maken is essentieel. Daarom moeten er methodieken en technieken worden ontwikkeld om de invloed van de gebruikers vanuit het individuele gebruikersperspectief te vergroten. Hierbij horen ook strategieën om de participatievaardigheden van de gebruikers te vergroten." (Werkplan 1996 NIZW - cliënten eigenmachtig maken)

De vorm of methode van cliëntenparticipatie op maat gesneden

Bij cliënten die kortdurend worden opgenomen op een afdeling is een cliëntenraad niet de meeste geschikte vorm van cliëntenparticipatie. De korte opnameduur zorgt ervoor dat cliënten zich minder vaak gemotiveerd zullen voelen om in een raad deel te nemen. Aan de andere kant zal een schriftelijke enquête bij een deel van de cliënten in de langdurige zorg niet aanslaan. Er zijn allerlei vormen en maten van cliëntenparticipatie. Het is de kunst om voor iedere ‘doelgroep’ een passende methode te kiezen.

De cliënten kregen een vragenlijst over veiligheid. De meeste waren zo suf dat ze niet eens de vragen begrepen, bovendien was het vrij pittig qua taalgebruik. Met een groepje mensen hebben we de cliënten geïnterviewd, waarbij ze de ruimte kregen om zelf invulling te geven aan het begrip ‘veiligheid’. We zijn hierdoor erg veel te weten gekomen over de dagelijkse gang van zaken op de afdeling en alle zaken die we moeten verbeteren wat betreft de veiligheid.

Onderhandelingsvaardigheid

Een cliëntenraad heeft een veelheid aan taken. Informatie vergaren, intensief contact houden met de achterban, deelnemen aan werkgroepen, stukken lezen, mening geven, op de hoogte blijven van ontwikkelingen en ook: onderhandelen. In de praktijk blijkt hier een belangrijk struikelblok te bestaan. Managers van een instelling hebben doorgaans een grote hoeveelheid techniek in huis om het onderhandelingsproces te sturen.

We hebben als centrale clientenraad geprobeerd onze ideeën naar voren te brengen en te onderhandelen. Het is niet dat we stom zijn of op ons mondje gevallen maar onderhandelen is zo’n beetje het moeilijkst wat er is. De meeste van ons durven het toch niet hard te spelen of echt te zeggen wat ze er van vinden. We hebben nu een onderhandelaar in dienst genomen die (in ons bijzijn) met de Raad van Bestuur onderhandelt. Dat heeft ons heel wat moeite gekost maar ik moet zeggen dat het resultaat er naar is. Deze onderhandelaar kent het klappen van de zweep, de procedures, beoordelen van begrotingen en plannen.

De gekozen vorm en laagdrempeligheid

Veel vormen van cliëntenparticipatie stellen hoge eisen aan de vaardigheden van de deelnemers. Bijvoorbeeld het vermogen tot lezen van de grote hoeveelheid 'stukken'. Daarnaast is vaak een hoge mate van verbaliteit vereist in overleg en vergaderingen. Goed, snel en kritisch kunnen lezen maar ook schrijven. Voldoende abstractievermogen, kennis van veel gebruikte technische begrippen en afkortingen in de GGz. Er zal gezocht moeten worden naar een vorm van participatie die laagdrempelig genoeg is, zodat er enige mate van representativiteit bereikt kan worden.

Het is de vraag of een cliëntenraad de meest wenselijke vorm is. De cliëntenparticipatie kan gedomineerd worden door thema's die de instelling of een overkoepelende cliëntenorganisatie belangrijk vindt. Het is belangrijk dat cliënten de vraagstelling en probleemstelling op het terrein van de cliëntenparticipatie bepalen en in eigen taal invloed kunnen hebben op de gang van zaken binnen de instelling.

Ik ben gestopt met het werken voor de cliëntenraad omdat ik niet meer tegen al de theorie kon. Het ging over persoonsvolgend budget, modernisering van de AWBZ en zorgprogramma’s. Ik maakte me zelf zorgen over de enorme toename van separatie en de agressie op de afdelingen. Er waren geen geschikte woonvoorzieningen voor cliënten en ik kende mensen met enorme schulden.

Instellingsgericht of cliëntgericht

Er bestaan twee soorten advies; het gevraagde en ongevraagde advies. Het gevraagde advies kenmerkt zich door een behoefte van de instelling. Er zijn bepaalde onderwerpen waarop een instelling graag advies krijgt van cliënten: het klachtenreglement, het beleidsplan of kwaliteitsjaarplan, de ontwikkeling van de zorg en organisatie van de afdelingen. Het ongevraagde advies gaat meer uit van de cliënt. De cliënt blijkt andere interesses, doelstellingen en wensen te hebben dan de instelling veronderstelt. De participatie moet zoveel mogelijk van de cliënt uitgaan om effectief te kunnen zijn.

Na jarenlang gereageerd te hebben op nota’s van de directie hebben we besloten zelf advies uit te brengen met een serie cliëntennota’s. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het kunnen kiezen voor de eigen hulpverlener, meer personeel op de afdeling (en dus niet in het kantoor), leesbare bijsluiters voor medicatie en een clientgericht behandelplan.

Cliëntenparticipatie op concreet niveau

Niet zelden vinden medewerkers en managers van de instelling het boeiend in discussie te gaan met cliënten van de instelling. Anders wordt het als cliënten om concrete zaken vragen: een mogelijkheid tot privé telefoneren, meer invloed op de huisregels, het mogen roken in de huiskamer, invloed op het personeelsbeleid, een eigen slaapkamer, eten naar eigen keuze, betere faciliteiten op woongebied. Juist ook concrete vragen van cliënten moeten serieus genomen worden in het kader van de cliëntenparticipatie.

Met onze manager kunnen we meestal goed opschieten. We praten veel over de scheiding van wonen en zorg, over het burgerschap van de psychiatrische patiënt. Hij wordt ineens kribbig als we het hebben over huisdieren op de afdeling, een eigen sleutel, mogen roken, verhoging van het maaltijdbudget, dat we andere meubels willen en andere kleuren in de huiskamer, dat we meer personeel willen en de computers willen gebruiken waar nu de hele dag de verpleegkundigen achter zitten.

Informatieverstrekking aan de cliëntenraad

De kwaliteit van de informatieverstrekking aan de clientenraad is niet alleen afhankelijk van de hoeveelheid maar ook van de vorm en het tijdstip. Een persoonlijke uitleg kan effectiever zijn dan een tiental nota's. Een idee of nota kan in normale taal worden opgesteld, compleet met samenvatting, logische indeling en een goede inhoudsopgave. Een beleidsmedewerker die een idee of vraag in een vroeg stadium aan een cliëntenraad voorlegt, kan zijn plannen nog aanpassen. Cliënten moeten informatie krijgen op een tijdstip waarop het nog mogelijk is het proces te beïnvloeden. Ook de vorm en de hoeveelheid informatie moet op maat gesneden zijn.

Er wordt van ons verwacht dat we alle beleidstaal en afkortingen kennen. Dat we in staat zijn om thuis 100 pagina’s per dag te lezen. Dat we ook nog kritisch kunnen reageren op een zorgprogramma van 95 pagina’s, vol met wetenschappelijke termen. Ook de landelijke koepel van cliëntenraden overlaadt ons met semi-wetenschappelijke stukken over jurisprudentie, zorgvernieuwingscriteria en politieke kwesties.

Territoriaal gericht of organisatiegericht

Organisaties binnen de GGz hebben zo hun eigenaardigheden. Ze werken met zorgprogramma’s, de divisie, het cluster of een bovenregionaal aanbod. Hoewel instellingen vaak niet meer territoriaal werken is het van belang om te weten dat cliënten juist wel 'territoriaal denken'. Het gaat vaak over hún afdeling, het 'huis', de plek waar men woont of de behandeling krijgt. De cliëntenparticipatie richten op de instelling –en het instellingsgericht maken van de participatie- kan ervoor zorgen dat cliënten zich nauwelijks meer betrokken voelen bij het participatieproces. Participatie moet je terugbrengen naar het concrete niveau, het zichtbare.

Men is al jaren bezig een cliëntenraad op te richten voor de divisie bovenregionaal. Niemand snapt wat divisie is, wat bovenregionaal is. Bovendien wordt er van je verwacht dat je je verdiept in allemaal verschillende therapeutische afdelingen en dat je ook nog eens van hot naar her reist voor vergaderingen. Die cliëntenraad komt er nooit.

Inspanningen en vergoedingen

In hoeverre levert het voor de cliënten iets op ? Participatie is voor cliënten alleen aantrekkelijk als het iets oplevert. Het is nog steeds gebruikelijk om er vanuit te gaan dat cliëntenparticipatie op vrijwillige basis gebeurt. Toch is het de wens van veel cliënten om beloond te worden voor hun inspanningen, zeker als het om veel tijd gaat. Het kan hier gaan om primaire (geldelijke) of secundaire beloning. Secundaire beloning kan worden vertaald naar cursussen, een kerstpakket, cursusdagen (liefst extern), studieboeken, computerapparatuur of software, excursies en ontspanningsmogelijkheden. Dit kan ook vertaald worden in plezierig (samen)werken, een werkplek hebben waaraan je zelfrespect kunt ontlenen of het versterken van het zelfbeeld.

We hebben als clienten van de instelling meegedaan aan het onderzoek “Keten van Lege Zondagen”. Het was voor ons een belangrijk onderzoek en we kregen een belangrijke taak in het onderzoek als interviewer. Ook kregen we een hele redelijke vergoeding van het Trimbos. Ik was hier erg enthousiast over.

Conclusies

Andere vormen van participatie, zoals het panel, persoonlijke interviews en afdelingsgesprekken, zijn een belangrijke aanvulling op de meer traditionele werkwijze van een cliëntenraad.

René Kragten is werkzaam bij het Basisberaad Rijnmond als projectmedewerker kwaliteitstoetsing. Tot voor kort was hij werkzaam als ondersteuner van een cliëntenraad in de GGz.

Literatuur

Royers, T. (1996) Een eigen stem. Werken met ouderenpanels: een veelzeggende methode. Utrecht. NIZW.

Siepkamp D. van de, Verbeek G. (1996) In gesprek met gebruikers. Gebruikersfeedback door teams in zorgsector. NIZW.

Royers, T. Ree, L de. (1998) Empowerment, eigenmachtig worden in de hulpverlening. Utrecht. NIZW.

Van Haaster, H. (2001) Cliëntenparticipatie. Bussum. Coutinho.

Landelijk Platform GGz Dé koepel in de ggz

Landelijk Platform GGz - Landelijk Platform GGz

Landelijk Platform GGz

Dé koepel in de ggz

Het Landelijk Platform GGz is dé koepel van
20 cliënten-
en familieorganisaties in de
ggz. Gezamenlijk vertegenwoordigen
we circa
850.000 mensen die jaarlijks een
beroep doen op de ggz. We streven ernaar
om de positie van die kwetsbare mensen
structureel te verbeteren. Het LPGGz
is gesprekspartner ván en aanspreekpunt
voor politici, beleidsmakers, beleidsuitvoerders
zorgverzekeraars en brancheorganisaties.


Hier werken we o.a. aan:

  • Zorgstelsel, wet en recht
    - een betaalbaar, toegankelijk en transparant ziektenkostenstelsel
    - heldere afspraken met zorgverzekeraars t.a.v. wensen van cliënten en familie
    - patiëntveiligheid waarborgen
    - duurzame alternatieven voor drang en dwang
    - gelijktijdig behandelen van verslaving en ggz-problematiek
  • Cliënten- en familieondersteuning
    - structurele financiering voor zelfhulp en lotgenotencontact
    - structurele financiering van cliënten- en familieorganisaties
    - structurele financiering voor ggz-steunpunten
    - ruimere financiering voor mantelzorg, vrijwillige thuiszorg en respijtzorg
    - gelijkwaardig en kwalitatief gemeentelijk WMO-beleid
  • Inkomen, werk, wonen en opleiding
    - inkomenszekerheid en -gelijkheid voor (ex)ggz-cliënten
    - passende woon- en leefomstandigheden
    - goede begeleiding binnen het onderwijs
    - meer aandacht voor opleiding en werk tijdens ggz-behandeling van jongeren
    - goede begeleiding en zorg voor kinderen met ggz-problematiek en hun ouders
    - betere en duurzame kansen op de arbeidsmarkt voor (ex)ggz-cliënten
    - inzet ervaringsdeskundigheid als toeleiding tot werk- en dagbesteding

Zakelijk

Het Landelijk Platform GGz is een onafhankelijke vereniging met een non-profit karakter.
Management: Bestuur, ALV en twee LPGGz-directeuren.
Medewerkers: 20.
Financiële basis: programma- en projectsubsidies, gefinancierd door nationale en lokale overheden, fondsen en organisaties in zorg en welzijn.
Communicatiemiddelen: de LPGGz-website en twee projectwebsites, een digitale nieuwsbrief (mini-izzuez), projectnieuwsbrieven (b.v. de Spiegelbrief) en projectrapportages.

U kunt opent in een nieuw venster hier toon HTML-versie van het document een lijst met afkortingen downloaden die gebruik worden in de ggz.

Verblijft u tijdelijk in een ggz-instelling, logeerhuis, zorghotel, verpleeg- of verzorgingshuis?

Kortdurend verblijf

Vragenlijst tijdelijk verblijf.
Verblijft u tijdelijk in een ggz-instelling, logeerhuis, zorghotel, verpleeg- of verzorgingshuis?
Vul dan opent in een nieuw venster hier de vragenlijst in over veranderingen in de zorg.

Kortdurend verblijf

Wat is kortdurend verblijf?
Kortdurend verblijf is het tijdelijk logeren in een instelling, bijvoorbeeld een logeerhuis, zorghotel, verpleeg- of verzorgingshuis. Deze zorg is bedoeld om de mantelzorg tijdelijk over te nemen en daarmee overbelasting te voorkomen. Om kortdurend verblijf te krijgen heeft u een indicatie nodig.

Welke veranderingen zijn er?
In het Besluit zorgaanspraken AWBZ is de aanspraak voor logeren of ‘kortdurend verblijf’ per 1 januari 2011 veranderd. Deze nieuwe regels zijn van toepassing op nieuwe indicaties en herindicaties.
Vanaf 1 januari is beroep op kortdurend verblijf alleen mogelijk voor mensen met een gedragsproblemen, beperking of aandoening die voor hun zorg permanent toezicht nodig hebben, met actieve observatie op regelmatige en onregelmatige momenten.

Daarmee is kortdurend verblijf niet meer mogelijk voor het overnemen van ouderlijk toezicht op kinderen. Ouderlijk toezicht is de dagelijkse zorg die ouders aan hun kinderen geven. In de beleidsregels staat beschreven voor welke leeftijdscategorie welke vorm van ouderlijk toezicht nodig is. (zie beleidsregels-indicatiestelling-awbz-2011-bijlage-3-gebruikelijke-zorg.pdf)
Wat zijn voor u de gevolgen?
In deze meldactie willen we de betekenis van kortdurend verblijf in kaart brengen en de gevolgen van de veranderingen. De ervaringen die u meldt, zijn belangrijk. Met de meldingen die we ontvangen kunnen we beleid beïnvloeden.
Hoe werkt deze vragenlijst?
Het invullen van deze vragenlijst duurt 10 tot 15 minuten.
Wij verwerken uw antwoorden anoniem. Aan het einde van de vragenlijst kunt u eventueel uw gegevens achterlaten. Dit is vooral van belang als u mee wilt doen aan volgende (meld)acties of aan interviews.

U kunt naar de volgende pagina gaan door op de knop 'volgende' te klikken. U gaat terug naar de vorige pagina door op de knop 'vorige' te klikken. Op het einde van de vragenlijst drukt u op de knop 'voltooien'.

Cliëntenorganisaties
Deze meldactie is een gezamenlijk initiatief van Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties, Chronisch zieken en Gehandicapten Raad, Landelijk Platform Geestelijke Gezondheidszorg, LOC zeggenschap in zorg, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, Per Saldo, Platform VG en Mezzo, Landelijke Vereniging voor Mantelzorgers en Vrijwilligerszorg.