donderdag 5 januari 2012

Psychiatrisch stigma is tweede ziekte

Psychiatrisch stigma is tweede ziekte

Psychiatrisch stigma is tweede ziekte

Psychiatrisch stigma is tweede ziekte

Dementeren, depressief of verslaafd raken en daarom negatief en wantrouwend worden benaderd, het is als een tweede ziekte. Het verschijnsel ‘psychiatrisch stigma’, en hoe daar als patiënt en familie mee om te gaan, is onderzocht door Job van ’t Veer, die op woensdag 20 december aan de Universiteit Twente promoveert. “De samenleving staat nog steeds intoleranter tegenover personen met psychische problemen dan tegenover lichamelijk zieken”.

afbeelding hoofd van de voorkant van het  proefschrift

In hun – tegenstrijdige – verklaring voor het psychiatrisch stigma wijzen publiek en patiënten vooral naar elkaar, stelt gedragswetenschapper Van ’t Veer. Bij de buitenwacht hebben psychiatrische patiënten iets te verantwoorden voor hun afwijkende gedrag en psychische beperkingen en staan zij al gauw te boek als ‘agressief’ en ‘onbetrouwbaar’. De patiënten zelf vinden dat hun stigmatisering vooral ligt aan de onwetendheid en vooringenomenheid bij het publiek.

Beeldvorming bij het publiek

Als mensen denken aan ‘de psychiatrische patiënt’, denken ze al snel aan de meer extreme gevallen. Het gevaar van het stigma zit voor een belangrijk deel in het gebruiken van zo’n globaal ‘etiket’. Bij meer specifieke ziektebeelden, zoals depressie, dementie en ook schizofrenie, blijkt het publiek een genuanceerder en minder negatief beeld te hebben. Alleen het ziektebeeld ‘verslaving’ roept duidelijk negatieve stereotiepen op, zoals agressie en het veroorzaken van overlast.

Wanneer het publiek psychiatrische stoornissen toeschrijft aan ‘externe’ factoren (oorzaken buiten de controle en schuld van de patiënt om, zoals genetische aanleg) is men minder geneigd sociale afstand te bewaren dan wanneer de stoornissen worden toegeschreven aan ‘interne’ factoren (zoals drugsgebruik). Kennelijk is het publiek minder tolerant wanneer men denkt dat het ontstaan van de psychiatrische problemen ‘verwijtbaar’ is.

Vriendschappen en relaties

In de beleving van patiënten is het psychiatrische stigma een groot probleem. Zij zien vooral belemmeringen bij het aangaan van vriendschappen en relaties en het vinden van een baan. Stigma verhoogt in hun ogen dus de kans op sociale uitsluiting.

Behalve dat patiënten de kans op stigmatiserende reacties hoog inschatten, is ook de emotionele impact hiervan meestal groot, stelt Van ’t Veer. Slechts een kleine minderheid meent het psychiatrische stigma zichzelf te mogen aanrekenen en heeft zijn ‘lagere status’, met een zekere emotionele onverschilligheid, ‘geaccepteerd’.

Vermaatschappelijking

De vermaatschappelijking die de geestelijke gezondheidszorg in de afgelopen decennia heeft willen doorvoeren, lijkt nog niet te hebben opgeleverd wat men ervan hoopte. Zowel voor de sociale integratie van de patiënten als voor de destigmatisering onder het publiek blijft het echter een geldige strategie. Maar vermaatschappelijking zet zich pas door als er geïnvesteerd wordt in daadwerkelijk contact tussen de cliënt en zijn directe omgeving. Van ’t Veers onderzoek laat zien dat persoonlijke ervaringen bij het publiek bijdragen aan een minder negatieve houding ten opzichte van psychiatrische patiënten.

Noot voor de pers:

Het proefschrift van dr. J.T.B. van ’t Veer is getiteld: The social construction of psychiatric stigma. De promotie is aan de faculteit Gedragswetenschappen, met als promotoren prof. dr. H.F. Kraan en prof. dr. E.R. Seydel en als assistent-promotor dr. C.H.C. Drossaert.

Contactpersoon Bureau Communicatie Universiteit Twente, drs. Berend Meijering, 053-489 4385, b.meijering@utwente.nl.

Psy: Pimp de psychiatrie

Psy: Pimp de psychiatrie

Pimp de psychiatrie

Er is veel te doen om het stigma van de psychiatrische patiënt te verbeteren. In Engeland is een grootschalige campagne gestart: ‘Time to change’.

Michaja Langelaan (Psy nr. 10) zegt erover: 'In Engeland houden ze niet van halve maatregelen als het om stigmaverbetering, zelfs anti-discriminatie van psychiatrische patiënten gaat.'

'Stigma kleeft aan je.'

Ik denk dat het blijft kleven, zolang psychiatrische patiënten alleen maar de media halen als ze doorgeslagen zijn en iets vreselijks doen. Goed nieuws is niet interessant.

Maar ook van binnenuit wordt er niet vaak een positiever beeld geschetst, dan het stereotiepe koffie, roken, pillen en niets te doen. Dan vind ik het niet verbazingwekkend dat de buitenwereld ook op die manier naar psychiatrische patiënten blijft kijken.

Waar ik als chronisch patiënte aan ontgroeid ben, is de gedachte 'wat zal men wel denken?'
Ik loop weliswaar niet te koop met mijn ziekte, maar ik schaam me er ook niet meer voor. Waarom zou ik me schamen? En als het ter sprake komt, ben ik er ook – gewoon – eerlijk over. Waarom zou ik liegen?

Volgens mij speelt empowerment een rol in stigmaverbetering.
Hoe zie je jezelf, als psychiatrisch patiënt? Vind je jezelf gek? Ben je je ziekte? Of ben je meer dan dat? Wat draag je uit? Het stereotiepe beeld, of laat je weten wat je allemaal nog wel kan en doet?

Het is mooi dat ze in Engeland celebreties met een psychiatrisch mankement in de schijnwerpers zetten. Maar volgens mij zou dat ook op een wat lager niveau – de gewone psychiatrische patiënt – nut hebben.
Ik ben bang dat als alleen beroemdheden opbiechten dat ze psychische problemen hebben het voor de doorsnee mens een ver-van-mijn-bed-show wordt. Terwijl als patiënten, mensen zoals jij en ik, durven vertellen wat hun ziekte inhoudt, wat voor lange weg het te gaan is, maar wat je uiteindelijk kunt bereiken, de afstand kleiner wordt.

Tegenwoordig hebben we allerlei Open Dagen; bij de gevangenis, in het ziekenhuis, in de rechtszaal, noem maar op. Waarom geen Open Dag op psychiatrie?
Met folders, flyers, informatie over ziektebeelden, therapiemogelijkheden. Met kunstuitingen, gemaakt door patiënten. Met lezingen door patiënten die durven vertellen hoe zij het ervaren.

Ik zal vast niet de enige zijn die wil vertellen wat psychiatrie voor mij inhoudt, wat het voor mij betekent maar ook wat het me opgeleverd heeft.
Wie volgt? Wie sluit zich aan bij de actie Pimp de psychiatrie?

Door Evita

Psy-Café / Stigma

Psy-Café / Stigma

Stigma

Page history last edited by PBworks 3 years, 10 months ago

De ernst van het probleem

Stigmatisering en discriminatie van mensen met psychische problematiek zijn wijdverbreid in onze samenleving. De media spelen een belangrijke rol bij het instandhouden van stigmatiserende opvattingen. kranten, televisie, en films geven een vertekend beeld van mensen met psychische aandoeningen: Zij worden vaak hetzij als gevaarlijke gek, hetzij als aandoenlijke gestoorde geportertreerd. bovendien worden mensen met psychotische stoornissen te vaak geïntentificeerd met een kleine groep mensen die voor overlast zorgt. Bij die kleine groep is overigens ook vaak sprake van alkohol-of drugeverslaving.

Stigmatisering leidt tot maatschappelijke achterstelling en uitsluiting en toename van psychisch lijden.

De betekenis van het woord stigma

Het Griekse woord 'stigma'betekent letterlijk 'brandmerken'. In de oudheid werden misdadigers gebrandmerkt zodat ze voor anderen herkenbaar zouden zijn. We stigmatiseren, plakken iemand dus een etiket op. Mensen plakken elkaar etiketten op, waardoor het onderscheid met zichzelf en de andere mensen gemakkelijker wordt. Bijna altijd echter gaat stigmatisering gepaard met allerlei vooroordelen.

Bijvoorbeeld:

Psychiatrische cliënten zijn gevaarlijk

Mensen met psychische problemen zijn aandachttrekkers.

Mensen met psychische problemen zijn aanstellers.

In het algemeen komen alle vooroordelen vaak voort uit 3 zaken; gemakzucht, onwetendheid en angst. Ook vooroordelen over (het hebben van) psychische problemen hebben daarmee te maken:

1. Gemakzucht: je hoeft er niet over na te denken

2. Onwetendheid: je weet er bar weinig van

3. Angst: je bent er en beetje bang voor

De gevolgen van vooroordelen

Vooroordelen kunnen mensen veel schade toebrengen. Vooroordelen kunnen leiden tot een stigma.

Zo krijgt iemand die psychische problemen heeft of heeft gehad vaak het stigma “gek” opgeplakt.

Er zijn 4 verschillende stigma’s:

1. publieke stigmatisering; de media bv “gekken zijn gevaarlijk’, bv door artikel dat een gestoorde zijn huis in de fik heeft gezet

2. maatschappelijke stigmatisering; de buurman/buurt denkt dat ik gevaarlijk ben omdat ze weten dat ik een keer opgenomen ben geweest

3. professionele stigmatisering; de dokter denkt dat ik niets kan, omdat ik de diagnose schizo-affectief heb

4. zelf stigmatisering; ik ben depressief, dus ben ik een zwakkeling en mislukkeling

Vooroordelen kunnen mensen veel schade toebrengen. Vooroordelen kunnen een stigma veroorzaken. Stigmatisering kan ontaarden in discriminatie of het buitensluiten van mensen. Denk je eens in hoe het is om na een opname thuis te komen als psychiatrisch cliënt. De mensen met wie je vroeger omging, mijden je: je bent het natuurlijk nog steeds, want zoiets gaat niet over. Je ouders, je vrienden vinden dat je maar niet meer over die tijd moet praten: daar niet meer aandenken want voorbij is voorbij. Wanneer je met niemand je ervaring kan delen, raak je onzeker: als iedereen afwijzend is, zal er met wel iets zijn. Voordat je het weet zit je in je eentje.

Uit literatuuronderzoek van J. Manning in Het stigma en de psychiatrie is gebleken dat het stigma wel degelijk effect heeft op de psychiatrische cliënt. Het effect is dat men niet durft uit te komen dat men psychische hulp nodig heeft. Men gaat minder snel naar de huisarts om doorverwezen te worden en worden dus niet geholpen.

Stigmatisering kan ontaarden in discriminatie of het buitensluiten van mensen.

Probeer je maar eens voor te stellen hoe het is om na en opname thuis te komen als (ex)psychiatrisch cliënt.

De mensen met wie je vroeger omging, mijden je; je was gek en je bent het natuurlijk nog steeds, want zoiets gaat niet over. Je ouders, je familie of je vrienden vinden dat je maar niet meer over ‘die tijd’ moet praten: daar mag je niet meer aan denken want voorbij is voorbij.

Wanneer je met niemand je ervaringen kunt delen, raak je onzeker: als iedereen zo afwijzend is, zal er met jou wel iets mis zijn. Voordat je het weet, ben je geïsoleerd. Daar zit je dan in je eentje.

Stigmatisering kan eervoor zorgen dat bepaalde mensen minderwaardig worden beoordeeld, omdat ze afwijkende kenmerken hebben, of negatieve eigenschappen toebedeeld krijgen die ze helemaal niet bezitten.

Maar wie eenmaal in en hokje is geplaatst, komt daar niet zo gemakkelijk weer uit. Als iemand een stigma heeft gekregen, zal hij of zij sociale afkeuring ervaren en sociale situaties gaan mijden. Dat kan leiden tot en gebrek aan zelfvertrouwen, isolement, stress, eenzaamheid en allerlei andere nare gevolgen. Voor mensen die psychische, psychiatrische problemen hebben gehad, is het vaak extra moeilijk om en huis te vinden, om aan werk te komen, om zich te verzekeren, om een rijbewijs te halen.

Werkgevers willen niet graag een “éx-gek” in hun bedrijf: die kan het wel weer in zijn kop krijgen, terugvallen etc. Je kunt er niet van op aan.

Mensen die opgenomen zijn geweest, krijgen in geval van echtscheiding niet gemakkelijk de kinderen toegewezen.

Ook zij die vooroordelen gebruiken, kunnen er last van krijgen. Iemand die bevooroordeeld denkt over mensen met psychische problemen zal dat ook gemakkelijk doen over eventuele psychische problemen die hij/zij zelf heeft of in de toekomst kan krijgen.

Dan kan iemand steeds dieper in de problemen raken. Schaamte, angst en onwetendheid zorgen ervoor dat er niet gepraat wordt. Zo kan iemand slachtoffer worden van zichzelf

Hoe stigma te doorbreken

1.Voorlichting geven

2.Kwartiermakersfestival

3.Individuele strategieën zoals empowerment en herstel.

Toekomst

De wetenschappelijke kennis over stigmabestrijding is nog verre van compleet. Er is nog veel onderzoek noodzakkelijk. Met name op het gebied van contactstrategieën en de effectieve elementen van empowerment en herstel.

Stigmatisering en discriminatie van mensen met psychische problematiek is een maatschappelijk probleem.

Invoering van eigen bijdragen voor GGZ-patiënten | ANOIKSIS Vereniging

Invoering van eigen bijdragen voor GGZ-patiënten | ANOIKSIS Vereniging

Invoering van eigen bijdragen voor GGZ-patiënten

Volwassenen vanaf 18 jaar, die in zorg zijn bij de GGZ, moeten vanaf 1 januari 2012 een eigen bijdrage gaan betalen.

Dit is door minister Schippers van VWS besloten. De eigen bijdrage komt bovenop het verplichte eigen risico van 220 euro per jaar.

Voor behandelingen tot 100 minuten (Bijvoorbeeld het schrijven van recepten en één of twee consulten) is een bijdrage van € 100 vastgesteld. Voor langduriger contacten geldt een bijdrage van € 200. De bijdragen zullen worden geïnd door de zorgverzekeraar.
Voor mensen die worden behandeld in het kader van een Rechtelijke machtiging (RM of IBS) geldt de bijdrage niet. Ook zijn bepaalde crisissituaties uitgezonderd.

Opvallende is dat er nog veel onduidelijk is over de uitvoering van de regeling en dat veel patiënten slecht zijn geïnformeerd:
- Geldt de bijdrage alleen voor nieuwe patiënten of ook voor patiënten die al in zorg zijn?
- Wat wordt bedoeld met ‘crisis’?
- Wie is verantwoordelijk voor het afsluiten van de DBC (behandeling)?
- Kunnen mensen met een minimuminkomen een beroep doen op de bijzondere bijstand voor noodzakelijke zorg? En wat is dan ‘noodzakelijke zorg’?

Veel Anoiksisleden hebben besloten voorlopig hun recepten bij de huisarts te halen. Verder is het financieel interessant om een eventuele RM door te laten lopen.

Bron: Anoiksis
maandag 19 december 2011

Reacties

eigen bijdrage ggz

Tja, Het is altijd het gemakkelijkst om geld weg te halen bij de zwakkeren in onze samenleving, en dat minister Schippers dit heeft gedaan verbaast mij niet eens meer!

Werkelijk, zo'n slechte minister van VWS heeft Nederland nog nooit gekend! Want dat nu op individueel niveau wordt binnengeharkt is een logisch gevolg op het beknotten van steun aan patiëntenverenigingen.

En als dit kabinet het vuur na aan de schenen wordt gelegd komen ze wel eens tot "lip-service" zoals over het bezuinigen op de salarissen die zorgbestuurders en specialisten in maatschappen toucheren. De werkelijke reden waarom dit laatste nooit gaat gebeuren is dat die groepen het zichzelf verrijken tot een kunst hebben verheven. Ook al zouden politici het werkelijk menen, dan nog zouden ze nooit een wet hiertoe succesvol door de Kamers kunnen loodsen: a) juristen zouden gehakt maken van dergelijke sociaal ingegeven wetgeving nog voordat de voorstellen behandeld zouden worden b) de mensen die dientengevolg zouden moeten inleveren kunnen héél goed voor zichzelf zorgen en mazen in de wet vinden

Persoonlijk ga ik niet vanwege deze bijdrage nu naar mijn huisarts (overigens zeer capabel, maar niet in staat om mijn psychiater-SPV combinatie te vervangen). Maar helaas moet ik zeggen dat ik, als ik moest kiezen tussen een dagelijkse warme maaltijd of 2e lijnszorg, ook voor die maaltijd zou kiezen... Zó ver is het in ons land dus al gekomen!

Stigma rond psychiatrische aandoeningen | ANOIKSIS Vereniging

Stigma rond psychiatrische aandoeningen | ANOIKSIS Vereniging

Stigma en acceptatie van mensen met een psychiatrische aandoening.

WAAROM BESTAAT ER EEN STIGMA ROND PSYCHIATRISCHE AANDOENINGEN?

Mensen met ernstige psychische aandoeningen hebben over het algemeen een slechte reputatie.
Zij zouden gevaarlijk zijn, onbetrouwbaar, incompetent, onverzorgd en ongeneeslijk.
Deze beelden zijn hardnekkig, en worden gevoed door berichtgeving in de media en de
portrettering van psychiatrische patiënten in films en op televisie.

Beeldvorming rond de psychiatrische patiënt, de chronisch psychiatrische patiënt krijgt steeds vaker te maken
met intolerantie,onbegrip en zwart-wit denken.
Mensen met tbs, mensen met schizofrenie, verslaafden: eigenlijk willen we deze mensen het liefst langdurig
opbergen, uit beeld brengen, van straat halen.

De vicieuze cirkel van negatieve beeldvorming bij psychiatrische aandoeningen kan enkel doorbroken worden wanneer de
media ophoudt te vernoemen dat de persoon die een delict pleegt ook een psychiatrische aandoening heeft.

Dit is totaal irrelevant aangezien er geen verband bestaat tussen vatbaarheid voor criminaliteit en psychische aandoeningen.
Verder kan de cirkel doorbroken worden door rolmodellen die er openlijk voor uitkomen, maar hier knelt het schoentje,
wie met een belangrijke maatschappelijke positie wil deze hypothekeren
door uit te komen voor zijn/haar psychiatrische problematiek?

Mensen met psychische aandoeningen behoren tot de meest gestigmatiseerde groepen in de samenleving.
Het gevolg is dat velen maatschappelijk zijn uitgesloten en tot de marge van de samenleving behoren.

Stigmatisering belemmert het herstel van psychiatrische patiënten en hun behandeling als gelijkwaardige burgers.
Ook in Nederland.
Maar anders dan in landen als Engeland, Duitsland en Canada wordt er in ons land nauwelijks aandacht aan het probleem besteed.
Stigmatisering van psychiatrische patiënten wordt niet als een urgente kwestie beleefd en staat dus niet op de politieke agenda.

Klik hier voor meer Beeldvorming & stigmatisering thema's

Kwartiermakersfestival Midden-Brabant 2010 » Padvinders (ervaringsverhalen)

Kwartiermakersfestival Midden-Brabant 2010 » Padvinders (ervaringsverhalen)

Padvinders (ervaringsverhalen)

Sinds 2006 plaatst deze website ervaringsverhalen van (ex-)cliënten onder de titel ‘Padvinders’ (zie overzicht hieronder). Na een moeilijke periode zijn ze weer op de weg terug; ze hebben het pad weer gevonden. Tevens wijzen ze anderen (en de maatschappij) de weg. Daarmee zijn het ook ‘padvinders’ in de zin van: voorlopers, wegbereiders. Hun moed en openheid is een krachtig middel tegen vooroordelen en stigmatisering.

De serie ‘Padvinders’ is gestart in 2006. Tussen 12 en 21 oktober (vlak voor het festival) publiceerden het Brabants Dagblad en deze website een serie interviews door journalist Jace van de Ven met talentvolle (ex-)cliënten. Door de positieve reacties besloten we deze serie op de website voort te zetten. De interviews voor deze vervolgserie worden afgenomen door Stan de Laat, medewerker van het Kwartiermakersfestival.

Het is nog steeds hard nodig dat ex-cliënten ‘uit de kast komen’. Deel je ervaringen met ons! Laat je interviewen of zet (net als Wilma Boevink of Rinus van Doorn) je eigen verhaal op papier. Jouw verhaal helpt het stigma en de schaamte rond psychiatrie aan te pakken. Verrijk onze website met jouw ervaringen!
Geïnteresseerd? Neem dan contact op met Stan de Laat.
- telefoon: 088-01.61.974 (mobiel: 06-15.21.26.13)

- e-mail: s.delaat@ggzbreburg.nl
- postadres:
Kwartiermakersfestival Midden-Brabant
t.a.v. Stan de Laat
Lage Witsiebaan 2b
5042 DA Tilburg


Interviews door Jace van de Ven (Brabants Dagblad)
:

Interviews door Stan de Laat:

Ervaringsverhalen door cliënten zelf:

*: op verzoek van de geïnterviewde is de voor- en/of achternaam veranderd

Kwartiermakersfestival Midden-Brabant 2010 » “Moed vereist om stigmatisering aan de kaak te stellen”

Kwartiermakersfestival Midden-Brabant 2010 » “Moed vereist om stigmatisering aan de kaak te stellen”

Dit ervaringsverhaal is van Wilma Boevink. Haar ervaringsdeskundigheid combineert ze met haar werk als onderzoekster bij het Trimbos-instituut in Utrecht. Duidelijk geeft ze aan dat stigmatisering niet zozeer het probleem van de cliënt is, maar van de samenleving. Over stiltes bij de bakker, dorpsroddels en tegenwerking van huizenbezitters.

Twaalf broden

“De inrichting waar ik jaren heb gewoond, staat midden in de stad. Niks veraf in het bos of in de duinen, maar precies daar waar de samenleving is. Geïntegreerd, zo zou je op het eerste oog zeggen. Patiënten doen hun boodschappen in de winkelstraat net om de hoek. We haalden er ons dagelijks brood, net als alle andere mensen daar in de wijk. Alleen wij kochten er dagelijks zo’n twaalf broden voor de hele afdeling, terwijl de gewone burgers met een halfje huiswaarts gingen. Omdat we zulke goede klanten waren, kregen we korting. Bij de bakker en bij de melkboer.

Ik vond het afschuwelijk als ik aan de beurt was om de boodschappen te doen. Als ik met die debiele boodschappentas op wieltjes de gewone wereld in moest. Want als we de winkel in kwamen, werd het altijd een beetje stil. Iedereen zag aan ons dat we psychiatrische patiënten waren. Aan de tas op wieltjes, dat ook, maar ook aan hoe we eruit zagen: dik en trillend door de pillen, vaak niet echt netjes of schoon, nicotinevingers. En kopschuw, dat meestal ook. We werden beleefd geholpen, maar het praatje over het weer was nooit voor ons. Wij kregen de woorden die nodig waren om de boodschappen te doen. Beleefdheid van de middenstand die de kassa hoort rinkelen. De hartelijkheid was er voor de gewone klanten. Na mijn ontslag uit het ziekenhuis kreeg ik er nog enige tijd die korting, tot ze door hadden dat ik er nooit meer twaalf broden per dag kwam halen. Toen ik die korting niet meer kreeg, deed ik er ook de boodschappen niet meer.

Onlangs kwam ik er toevallig weer eens. Het was er gezellig druk met kletspraatjes en zo. Tot de deur open ging en twee nieuwe klanten binnenkwamen. Ik herkende de wieltjestas meteen. Het gesprek verstomde en de mensen weken een beetje uiteen. Iedereen keek en er werden veelbetekenende blikken uitgewisseld, soms een lachje. En ik zag aan het naar de grond staren en het zenuwachtige gefrummel van de twee psychiatrische klanten dat ze dat voelden. Net zoals ik destijds had gedaan.

Dorpsroddel

Tijdens die psychiatrische opname mocht ik af en toe op weekendverlof naar mijn ouderlijk huis. Dan reisde ik af naar de kleine gemeenschap waar ik ben opgegroeid om er vervolgens twee dagen mensenschuw en contactgestoord binnen te zitten. Ik nam in tegenstelling tot vroeger niet deel aan het gemeenschapsleven, durfde niet een boodschap te doen bij de plaatselijke kruidenier of op bezoek te gaan bij deze of gene. Ik schaamde me, durfde de mensen niet onder ogen te komen. Ik was door mijn psychiatrische opname onderwerp van de dorpsroddel geworden. Dat overkwam overigens niet alleen mij. Iedereen waar iets mee was, werd onderwerp van de dorpsroddel. Maar bij mij wist niemand hoe het precies zat, wat ik had uitgevreten in de paar jaar dat ik elders als student op kamers had gewoond en waarom ik nu in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef. Het was flink fout gegaan. Zoveel was wel duidelijk. Er was iets met drank, drugs en … en seks, daar was toch ook iets mee? Nu had ik inderdaad veel stoute dingen gedaan, maar ik had daarbij ook nog eens mijn verstand verloren. En dat laatste ging de fantasie van de meeste dorpelingen ver te boven. Dus maakten ze er hun eigen verhalen over. En werden ze een beetje bang van mij. En ik daardoor ook.

Het onbegrip van tante Dinie

Mijn moeder vond dat ik me niet hele dagen in bed terug kon trekken. Dat ik terug onder de mensen moest. Dus op enig moment was ze het zat en stuurde zij me tijdens zo’n weekendverlof met een boodschapje naar tante Dinie. Dat was een enorm spannende onderneming voor mij. Ik was bang dat ze vragen zou stellen en ik was bang dat ze geen vragen zou stellen. Ik was bang dat ik iets stoms zou doen of zou zeggen. En ik was bang dat tante Dinie iets stoms zou doen of zeggen. Of iemand anders van haar gezin, want iedereen kwam er natuurlijk bij om naar me te kijken. Maar het bezoekje verliep heel redelijk. Ik kreeg een kopje koffie, babbelde wat mee en trok mijn jas weer aan. Ik wilde me snel uit de voeten maken, opgelucht dat het goed was gegaan. Ik stond al bij de deur. En toen vroeg tante Dinie of ik nog iets leuks ging doen in de zomer dat jaar. Ik zei dat ik een weekje wegging met een vriendin. En terwijl ik al naar buiten liep, riep tante Dinie mij achterna: wat fijn dat er toch nog iemand met je op vakantie wil…

Het zal u niet verbazen dat het tussen mij en tante Dinie niet meer goed is gekomen. En ook niet tussen mij en het dorp waar ik ben opgegroeid en waar heel veel tantes Dinie wonen. Ik ben er niet meer naar teruggekeerd, ben elders opnieuw begonnen. Die mogelijkheid had ik en die heb ik benut. Maar het duurde heel lang voordat het met mij goed kwam, niet in de laatste plaats vanwege de verwrongen reacties van anderen als ze hoorden dat ik goed gek was geweest.

Stigma zit niet tussen de oren…

In de literatuur worden wel twee soorten stigmatisering onderscheiden: enacted en perceived. Dus zeg maar: wat werkelijk plaats vindt en wat bij ons tussen de oren zit. Perceived wil zoveel zeggen als: tante Dinie bedoelde het niet zo, maar ik leg haar woorden ook wel meteen erg negatief uit. Of: de mensen in de winkel zijn niet bang voor me, maar ik beeld het me maar in. Perceived, daarmee wordt bedoeld: je ervaart stigmatisering, niet omdat die er is, maar omdat je last hebt van zelfstigmatisering. Er zit bij ons veel aan negatieve zelfbeelden tussen de oren. Weinig eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen, veel onzekerheid. Dat bovenop een langdurige carrière als psychiatrisch patiënt maakt dat we veel aan zelfstigmatisering doen. Dat we van onszelf vinden dat we niks kunnen, niks waard zijn, nergens recht op hebben of trots op kunnen zijn. Of ons net op de verkeerde manier of onbeholpen of onhandig presenteren aan anderen, waardoor die denken ‘zie je wel’.

… maar is maatschappelijk probleem

Zelfstigmatisering bestaat, zeker. Maar ik maak me wel een beetje zorgen over de bovenmatige aandacht die die zelfstigmatisering nu krijgt. Het accent dat komt te liggen op de ervaren discriminatie, op onze waarneming die bovendien ter discussie wordt gesteld. Als je de literatuur over stigmatisering van psychiatrische patiënten scant, dan kom je artikelen tegen die hoopvol openen met maatschappijkritische analyses van de negatieve krachten van stigmatisering en discriminatie. En ook beloven dat het te beschrijven of het onderzochte project daar wat tegen doet. Om vervolgens alleen nog maar in te gaan op de beleving van psychiatrische patiënten en hun zelfstigmatiserende neigingen. En te eindigen met een cursus voor psychiatrische patiënten, een weerbaarheidstraining, een cursus eigenwaarde of een assertiviteitstraining dus.

Dat vind ik het toppunt van individualisering van een maatschappelijk probleem. Alsof we ons zo machteloos voelen als we naar die complexe en weerbarstige samenleving kijken, dat we ons maar liever ervan wegdraaien en haar intolerantie accepteren. En in plaats daarvan een module ‘omgaan met stigma’ ontwikkelen. Omdat die individuele psychiatrische patiënten beter te bereiken zijn en beter te hanteren zijn. Liever tien gekke cursisten voor een cursus om zelfstigmatisering tegen te gaan dan een hele wijk voorbereiden op de vestiging van een beschermende woonvorm. Ik heb sterk de behoefte om de aandacht van die hoofden van patiënten af te leiden. Daar is al lang genoeg in gewroet. Misschien wordt het tijd dat we die intolerantie nu eens aan de kaak stellen. Misschien moet nu die andere kant maar eens verplicht door een cursus heen.

Cliënten: ‘niet in onze buurt’

Niet al te lang geleden kwam ik op bezoek bij vier jongelui, zo rond de 20, die na een eerste psychose in een beschermende woonvorm kwamen te wonen. De RIBW had daartoe een mooi huis gekocht, in een rij woningen van particuliere huizenbezitters. Rijke mensen, met mooie huizen en mooie spullen. En met angstige beelden van psychiatrische patiënten, want die huizenbezitters hadden voor een rel gezorgd. Ze wilden die woonvorm daar niet bij hun in de straat. De buren aan weerszijden hadden hun huis zelfs al weer in de verkoop gedaan. Vanwege het beeld dat zij hadden van psychiatrische patiënten. Terwijl ik, toen ik er op bezoek was, gewoon een stel knullen sprak, die de schrik van de eerste psychose en de eerste kennismaking met de psychiatrie nog in de benen hadden. En zich nu bovendien geconfronteerd zagen met een staaltje vooroordelen en discriminatie waar een stabiele volwassene nog moeite mee zou hebben.

Een andere RIBW in een andere plaats probeerde ook huizen te kopen voor haar cliëntèle en kreeg dat niet voor elkaar. De verkopende partij wilde niet meer, toen duidelijk werd voor wie de huizen bestemd zouden zijn. De woordvoerder zei hierover, en ik citeer uit een regionale krant van 24 augustus 2005: ‘Dat de komst van psychiatrische patiënten prijsdrukkend werkt weet iedereen.’ Het pensioenfonds vond ook dat ze het niet kon maken tegenover bestaande huurders in de buurt. ‘Hun woongenot zou verminderen’ Een derde argument was de mogelijkheid van claims van mensen die onlangs een pand van het fonds in de wijk hebben gekocht. Einde citaat.

Ook hulpverleners stigmatiseren

Wat denkt u als u zulke uitspraken hoort? Enacted of perceived? Stigmatisering bestaat. Ik kan u legio voorbeelden geven van hoe het voor ons voelbaar en zichtbaar wordt. Overigens komen die voorbeelden niet alleen vanuit de samenleving. De psychiatrie-sector zelf is een minstens even grote leverancier. Soms vraag ik me zelfs af of hulpverleners en hun organisaties niet voor de meest hardnekkige brandmerken zorgen. Want – met alle respect – we worden in de langerdurende psychiatrie toch nog steeds gezien als gestoorde objecten. Stoornissen met wie een fatsoenlijk gesprek helaas niet mogelijk is. Hulpverleners zien onze aandoening, onze klachten en alles wat er niet goed gaat. En zijn nauwelijks in staat om onze kracht en vooral ook: onze menselijkheid te zien.

Moed nodig om samenleving in te gaan

Stigmatisering de wereld uit helpen betekent niet het einde van ons psychisch lijden, natuurlijk niet. Maar het vergemakkelijkt wel onze pogingen een bestaan op te bouwen ondanks een psychische handicap. Mij is dat inmiddels gelukt. Ik heb een woning, een gezin, een baan, inkomen. En in mijn nieuwe leven bepaal ik mijn identiteit en wat ik daarvan onthul. Maar hoe raar dat ook op u over zal komen uit de mond van iemand die het persoonlijke publiek maakt: in mijn privé-leven kies ik er voor anoniem te zijn. Want stigmatisering bestaat, en niet alleen in de hoofden van psychiatrische patiënten zelf. En het is heel akelig om het persoonlijk te ondergaan. Ik wil dat wel bevechten in mijn werk, maar niet daar waar ik het meest kwetsbaar ben: in mijn persoonlijk leven.

Die keuze heb ik nu, maar veel psychiatrische patiënten niet. Bewoner zijn van bijvoorbeeld een beschermende woonvorm betekent een gedwongen onthulling van je identiteit. Je ontkomt er niet aan dat de buurt ‘het’ van je te weten komt. En soms ontkom je er dan ook niet aan dat je wordt nagejouwd door de jongens in de straat, of erger nog: hun ouders, of dat er vuilnis of hondenpoep wordt gedumpt op de stoep van je huis. Gewoon, omdat anderen jou de identiteit opdringen van gek en dus gevaarlijk en ongewenst. Een dergelijke domme agressiviteit valt niet te verhelpen met een assertiviteitstraining of een module weerbaarheidsverhoging voor de slachtoffers. Het vereist dat we de moed opvatten de samenleving in te gaan. Ik denk dat die samenleving lang genoeg het recht heeft opgeëist om niet gestoord te worden. Dat het tijd wordt dat we dat recht opheffen en inruilen voor iets anders: een verbod op uitsluiting en de plicht om ons mee te laten doen.”

Wilma Boevink

(Deze tekst is oorspronkelijk uit het symposium ‘Op weg naar burgerschap’, 10 februari jl. in Ede. Het is onlangs ook opgenomen in de bundel ‘Herstel, empowerment en ervaringsdeskundigheid van mensen met psychische aandoeningen’. (Verschenen als Passage-cahier bij Uitgeverij SWP in Amsterdam.) Wilma gaf toestemming om dit verhaal ook te publiceren op deze website.)