dinsdag 21 juni 2011

Landelijk Platform GGz - Manifestatie Den Haag 29 juni

Landelijk Platform GGz - Manifestatie Den Haag 29 juni

Manifestatie in Den Haag 29 juni a.s.


Ggz-cliënten woest: ‘Schippers schandalig bezig’


Cliënten- en familieorganisaties in de ggz, verenigd in het Landelijk Platform GGz, bereiden een grootschalige actie voor om het harteloze bezuinigingsbeleid van minister Schippers aan de schandpaal te nagelen. Het beleid van minister Schippers wordt door het LPGGz als onmenselijk en discriminerend betiteld. Vooral de eigen bijdrage in de ggz is onacceptabel. Daarmee wordt een stigmatiserend onderscheid gemaakt tussen
de ggz en de somatiek. Een protestmanifestatie op 29 juni in Den Haag zal uiting geven aan het grote ongenoegen van ggz-cliënten en naastbetrokkenen door het onrecht dat hen wordt aangedaan
.


NB: in het persbericht van vrijdag 17 juni jl. staat dat de Manifestatie waarschijnlijk op Het Plein in Den Haag plaatsvindt. De exacte locatie wordt
nog bekend gemaakt.

Discriminerend
Iedereen heeft recht op een gelijke behandeling. Dat recht wordt door minister Schippers met voeten getreden. Zij maakt onderscheid tussen mensen met psychische aandoeningen en mensen met lichamelijke klachten. Waarom moet iemand met schizofrenie ongelofelijk veel meer betalen dan iemand met Parkinson? Wat is het verschil? Er is alleen maar een overeenkomst:
ze hebben allebei recht op betaalbare zorg.

Grote gevolgen
Als ggz-cliënten door de hoge eigen bijdrage zorg gaan mijden, zijn de gevolgen onafwendbaar.
Ze hebben dan geen toegang meer tot medicatie of andere vormen van hulp. Mensen kunnen op straat terechtkomen terwijl ze juist hulp en opvang hard nodig hebben. Mensen met een psychose kunnen anderen en/of zichzelf schade toebrengen als ze niet geholpen worden. En hoe zit het met mensen die gedwongen moeten worden opgenomen? Krijgen zij met terugwerkende kracht de rekening gepresenteerd?

Acties
Wij willen gelijkheid en rechtvaardigheid: betaalbare zorg voor iedereen. En daarom gaan we actie voeren. Het Landelijk Platform GGz bereidt een grote landelijke manifestatie voor in Den Haag op 29 juni. We werken hierbij nauw samen met GGZ Nederland, de NVvP en andere veldpartijen.
_____________________________________________________________________________

Persbericht 'Ggz-cliënten woest op minister Schippers'
Inhoudelijk contactpersoon: Wim Brunenberg: w.brunenberg@platformggz.nl
Pers en communicatie: Ellis van de Bilt e.vandebilt@platformggz.nl

NB: locatie wordt nader bekend gemaakt via deze site!

Wij zijn verbijsterd!

Wij zijn verbijsterd!

Wij het gebruikersplatvorm/initiatiefgroep GGZ - WMO Drenthe, Geestdrift de cliëntenraden van GGZ Drenthe en de bestuurders en directies van GGZ Drenthe zijn verbijsterd over de aangekondigde bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.

Cliënten in de zorg van GGZ of verslavingzorg zijn net als iedereen burgers die niet gevraagd hebben om ziek te worden.

Maar als de plannen doorgaan moeten al deze cliënten wel een hoge eigen bijdrage gaan betalen waar dit voor andere lichamelijke ziekten niet geldt.

Op 29 juni worden er lokaal en landelijk acties gevoerd tegen deze plannen. Wij doen mee en hopen op uw steun.

Via deze website en de pers hopen wij u op de hoogte te houden.

Lees meer Geef uw steun!Download de brief

Wij het gebruikersplatvorm/initiatiefgroep GGZ - WMO Drenthe,

Geestdrift de cliëntenraden van GGZ Drenthe de bestuurders

en directies van GGZ Drenthe zijn verbijsterd.

Waarover:

De aangekondigde bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.

Wij allen vinden dat ook deze sectoren bij moeten dragen aan zuinig omgaan met het beschikbare geld.

Wat wij niet correct vinden is dat de rekening wel heel erg eenzijdig bij ons wordt neergelegd.

Kortom de maatregelen zijn onuitvoerbaar en ontoelaatbaar.

Waarom onuitvoerbaar?

Omdat de voorgestelde maatregelen de zorg en de portemonnee van de cliënten direct raken.

Niet een beetje maar ten opzicht van ander cliëntengroepen onevenredig veel

Eigen bijdrage en een flinke korting algemeen budget voor de GGZ en verslavingszorg pakken

aan twee kanten de mensen die veelal toch niet zoveel te besteden hebben.

Dubbel op de rekening betalen, daarom is het onuitvoerbaar!

Waarom ontoelaatbaar?.

Cliënten in de zorg van GGZ of verslavingzorg zijn net als iedereen burgers die niet

gevraagd hebben om ziek te worden. Maar als de plannen doorgaan moeten al deze cliënten wel

een hoge eigen bijdrage gaan betalen waar dit voor andere lichamelijke ziekten niet geldt.

Samen delen is volgens ons wat anders dan de lasten eenzijdig bij een groep in de samenleving neerleggen.

Daarom is het discriminerend én vinden wij het ontoelaatbaar!

Actie

Op 29 juni worden er lokaal en landelijk acties gevoerd tegen deze plannen.

Wij doen mee en hopen op uw steun.

Via de pers hopen wij u op de hoogte te houden.

Anders.

Ja, samen nadenken en plannen maken om een evenredige bijdrage te leveren aan het tekort daar zijn we voor

en we denken dat we daar goede plannen voor hebben.

Zorgen dat cliënten die nu in zorg zijn dat blijven en niet om financiële redenen (hoge eigen bijdrage) de zorg gaan mijden.

Wij hopen dat u onze verbijstering deelt en ons steunt in de acties op 29 juni.




maandag 20 juni 2011

persbericht-manifestatie-tegen-bezuinigingen-ggz-17-juni-2011.pdf (application/pdf-object)

persbericht-manifestatie-tegen-bezuinigingen-ggz-17-juni-2011.pdf (application/pdf-object)

Ggz-cliënten woest: ‘Schippers schandalig bezig’ Landelijke manifestatie op stapel
Cliënten- en familieorganisaties in de ggz, verenigd in het Landelijk Platform GGz, bereiden een grootschalige landelijke actie voor om het harteloze bezuinigingsbeleid van minister Schippers aan de schandpaal te nagelen. Het beleid van minister Schippers wordt door het LPGGz als onmenselijk en discriminerend betiteld. Vooral de eigen bijdrage in de ggz is onacceptabel. Daarmee wordt een stigmatiserend onderscheid gemaakt tussen de ggz en de somatiek. Een protestmanifestatie op 29 juni in Den Haag zal uiting geven aan het grote ongenoegen van ggz-cliënten en naastbetrokkenen door het onrecht dat hen wordt aangedaan. Discriminerend Iedereen heeft recht op een gelijke behandeling. Dat recht wordt door minister Schippers met voeten getreden. Zij maakt onderscheid tussen mensen met psychische aandoeningen en mensen met lichamelijke klachten. Waarom moet iemand met schizofrenie ongelofelijk veel meer betalen dan iemand met Parkinson? Wat is het verschil? Er is alleen maar een overeenkomst: ze hebben allebei recht op betaalbare zorg.
Grote gevolgen Als ggz-cliënten door de hoge eigen bijdrage zorg gaan mijden, zijn de gevolgen onafwendbaar. Ze hebben dan geen toegang meer tot medicatie of andere vormen van hulp. Mensen kunnen op straat terechtkomen terwijl ze juist hulp en opvang hard nodig hebben. Mensen met een psychose kunnen anderen en/of zichzelf schade toebrengen als ze niet geholpen worden. En hoe zit het met mensen die gedwongen moeten worden opgenomen? Krijgen zij met terugwerkende kracht de rekening gepresenteerd?
Acties Wij willen gelijkheid en rechtvaardigheid: betaalbare zorg voor iedereen. En daarom gaan we actie voeren. Het Landelijk Platform GGz bereidt een grote landelijke manifestatie voor op een nader te bepalen locatie in Den Haag op 29 juni. We werken hierbij nauw samen met GGZ Nederland, de NVvP en andere veldpartijen.
Noot voor de redactie
Inhoudelijk contactpersoon: Wim Brunenberg: w.brunenberg@platformggz.nl
Pers en communicatie: Ellis van de Bilt e.vandebilt@platformggz.nl
www.platformggz.nl

Landelijk Platform GGz – Dé koepel van, voor en door cliënten- en familieorganisaties in de ggz – Maliebaan 87, 3581 CG Utrecht - 030-2363765 - www.platformggz.nl

maandag 13 juni 2011

sprakeloosverhalen | Tussen struisvogel en 'Weltschmerzen'

sprakeloosverhalen | Tussen struisvogel en 'Weltschmerzen'

OPEN BRIEF aan de directeur GGZ Nederland

Aan de directeur GGZ Nederland

De heer P. van Rooij

p.a. Sociale Media

Duiven, 13 juni 2011

Betreft: Uiting bezorgdheid naar aanleiding van uw lezing bij de conventie van Achlum

Geachte heer Van Rooij,

INLEIDING

Voor ik start over de aanleiding van deze brief, namelijk de conventie van Achlum waar u een lezing hebt gegeven met als titel ‘De directeur van GGZ reflecteert’, wil ik graag beginnen over de actualiteit. Het zal u niet ontgaan zijn. Voor mij een ‘mediahoogtepunt’, maar voor de GGZ ontegenzeggelijk het dieptepunt, is de uitspraak van onze minister van

VWS mevrouw Edith Schippers. Zij vindt dat het psychiatrisch ziek zijn, meer geaccepteerd moet worden als een onderdeel van het leven. Tja, leven is lijden en dit kabinet wil er niet voor betalen. Met één uitspraak, uiteraard een hele domme weliswaar vinden wij als kenners van de GGZ, wordt een deel van de DSM 4 teniet gedaan. Psychiatrisch ziek zijn wordt door deze minister niet als ziek zijn beschouwd. Zo zie ik tenminste de uitspraak van mevrouw Schippers. Nu is het in dit gedoogkabinet niet ongewoon om belangrijke boeken, bijvoorbeeld de Koran te decimeren tot de Donald Duck, maar van een VVD-er had ik toch meer inhoud verwacht. Stel dat er nog verder bezuinigd moet worden, moet volksziekte nummer, hart- en vaatziektes, er aan geloven? Ga maar eens na, dat in 2012 besloten wordt dat 50% van de hartoperaties niet meer uitgevoerd mogen worden. Bij leven hoort immers ook doodgaan, dus het verlengen van het leven door dure operaties wordt niet meer gezien als een overheidstaak. Ik kan doorgaan in de redenatie van mevrouw Schippers en het hele overheidsbeleid gaan ridiculiseren, maar dat is wat minister Schippers zegt over het psychiatrisch ziek zijn. Er is dus werk aan de winkel voor GGZ Nederland.

ACHLUM

En dat er werk aan de winkel is, vermeldde u al op de bijeenkomst in Achlum. De bezuinigingen pakten zich al als donkere wolken boven GGZ land. U gaf te kennen dat uw organisatie moest werken aan het imago bij de beleidsmakers, dat een goede geestelijke gezondheidszorg op termijn meer geld oplevert voor een land, dan dat het geld kost. Ik ben geen bedrijfseconoom, maar ik denk hierin met u mee te kunnen gaan als het gaat om het voorkomen van langdurig werkverzuim, criminalisering in de maatschappij en dat preventie per definitie altijd goedkoper is dan genezing. Ik wil het echter in deze brief vooral bekijken vanuit de humanitaire kant. Tegenstanders van het kabinet Rutte noemen dat beschaving. Ik ben graag een radertje in het beschavingsoffensief. Als inleiding van uw reflectie die dag gaf u een aantal getallen, bijvoorbeeld dat 40 % van de psychiatrisch zieken niet bereikt worden en dat 30 % oneigenlijk gebruik maakt van de voorzieningen. Ik wil daar een derde groep aan toevoegen, namelijk de groep die wel bereikt wordt, waarvoor de GGZ gelden ontvangt, maar voor wie de GGZ niets kan, wil of durft te doen. Hoe groot deze groep is, durf ik niet in percentages uit te drukken, alleen bij de jeugdigen zijn er velen die hierdoor bijvoorbeeld niet naar school kunnen. In de loop van deze brief zult u tussen de regels door bemerken dat een persoonlijke motivatie voor het schrijven van deze brief is, al zal ik nooit ‘man en paard’ noemen omwille van de privacy van onze oudste zoon.

U vertegenwoordigt 85.000 mensen, werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met o.a. een achtergrond als psychiatrisch verpleegkundige en in het dagelijks werk veel van doen met de GGZ, is dat de tweede motiverende reden om in Achlum speciaal bij u op bezoek te gaan. Want ik ben van mening dat de GGZ nogal wat te reflecteren heeft.

DE GGZ HEEFT EEN MISSIE

De missie van GGZ Nederland is: GGZ Nederland bevordert de goede geestelijke gezondheid(szorg) en komt op voor alle randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om dit te bereiken.

Dat is niet mis en na de uitspraak van minister Schippers is deze missie nog eens substantieel zwaarder geworden. De randvoorwaarden zijn verslechterd, nota bene door onze eigen minister. Wil de inhoud van het werk in de GGZ voorop staan, dan moet er keihard gewerkt worden tegen het politieke gezag in. Zit dat opgesloten in de missie van GGZ Nederland, of zijn de verslechterde randvoorwaarden goed genoeg? Tijdens de bijeenkomst op 28 mei 2011 vroeg ik u of u als directeur weet wat er daadwerkelijk op de werkvloer afspeelt en hoe de gemiddelde werker in GGZ het hedendaagse werk ervaart? Ik heb zelf wel een idee en daarbij zijn de nieuwste bezuinigingen niet verdisconteert. En hoewel mijn idee niet gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek, heb ik slechts de dagelijkse werkpraktijk als uitgangspunt. En ik kan u mededelen dat ik heel veel hardwerkende collega’s zie, met het hart op de juiste plaats en ruim voldoende opleiding en ervaring, maar bij wie de werksatisfactie langzaam maar zeker wegsijpelt. Er is wat mij betreft werk aan de winkel, zowel naar de ‘boze en kortzichtige(politieke) buitenwereld, maar zeker ook intern. Misschien wel allereerst intern, want zelf ben ik opgevoed met de slogan: ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf.’ En soms zijn oneliners heel treffend en werkzaam.

Onlangs kreeg ik een boekje onder ogen van een bestuurder van de Riagg Rijnmond, Jos Lamé e.a.1 Op de achterkant staat het volgende:

‘Jos Lamé, bestuurder van de Riagg Rijnmond, is volgens de Rotterdamse wethouder Jantine Kriens een spookrijder in zijn kritiek op het overheidsbeleid (NRC 17-7-2010). “De weg waarop hij rijdt is inmiddels verlegd.”

Onder de geuzennaam ‘Spookrijders in de zorg’ vond Lamé in korte tijd een groot aantal wetenschappers en praktijkmensen bereid om in hun bijdragen zichtbaar te maken dat hij bepaald niet alleen staat in zijn zorgen over het gewelddadig overheidsoptreden.

Zal GGZ Nederland, na ook eerst de hand in eigen boezem te hebben gestoken, meegaan in het bitter noodzakelijke spookrijden, of accepteert het dat ‘de weg waarop het moet rijden verlegd is’ ook al is de kennis aanwezig dat die weg langs diepe ravijnen loopt en waarbij met zekerheid velen in de afgrond zullen vallen, medewerkers en cliënten?

Ik denk dat we het eens zijn dat de GGZ nog een wereld te winnen heeft in de Nederlandse maatschappij, te beginnen bij de onwetendheid van de minister. Dat neemt niet weg dat ik als professional me af en toe groen en blauw erger aan de werkwijze van de GGZ, zowel op institutioneel vlak en dientengevolge ook op het niveau van de individuele werknemer, maar bovenal heb mogen ervaren als consument (als vader van een zoon met een psychisch smetje) welk een rampzalige lompigheid de GGZ ook in zich herbergt.

MIJN MISSIE

Mijn aanwezigheid op de conventie van Achlum was vooral ter ontspanning en van nieuwsgierigheid. Geheel onverwacht kreeg ik een uitnodiging en ik zag de mogelijkheid een aantal blogjes te schrijven voor mijn weblog www.sprakeloosverhalen.wordpress.com . Schrijven is een hobby van me. Voor alle bijeenkomsten een passend verhaal is het doel, zo

ook ‘de directeur van de GGZ reflecteert’. De vorm waarin het verhaal gegoten wordt, is altijd een verrassing, ook voor mezelf. In dit geval drong zich langzaam maar zeker de open brief-vorm bij me op. En dat kan u nauwelijks verbazen, mocht u de tijd hebben gehad om op mijn (ons) andere weblog te kijken. Ik heb u immers na afloop mijn kaartje gegeven met alle gegevens erop. Als gevolg van kennis van de geestelijke gezondheidszorg als professional (ook bij mijn echtgenote) was de praktijkervaring die we meemaken ronduit onthutsend, de aanleiding om onze ervaringen van ons af te schrijven. Ongenuanceerd soms, recht uit

het hart, maar bovenal met als functie al schrijvend een uitlaatklep te hebben. Een beetje kennis van de menselijke psyche leert dat dit een gezonde manier is om ongezonde gevoelens kwijt te geraken. Ons blog www.dolgedraaid.wordpress.com heeft geen wetenschappelijke pretenties, maar wij zijn ervan overtuigd dat onze ervaringsdeskundigheid niet zomaar uit de lucht gegrepen is. Het is in ieder geval lezenswaardig voor hen die in de GGZ werken. Deze open brief is derhalve het samengaan van een aantal persoonlijke missies te weten: de wens om te schrijven, op te komen voor ons zoon en hart voor de GGZ in het algemeen.

WAAR ZIJN WE NU IN GODSNAAM MEE BEZIG?

Twee drijfveren zijn er om een ‘ventilatie’ blog te schrijven en dus deze open brief aan u. Allereerst uiteraard vanuit mijn professionele kijk op de GGZ, ten tweede wordt deze brief gevoed door persoonlijke ervaringen. Te beginnen met mijn (onze) professionele kijk op de geestelijke gezondheidszorg.

Ik hoef slechts een woord te noemen en menig collega zal me bijvallen, te weten bureaucratie. ‘Als er geen bureaucratie zou zijn, konden we gewoon ons werk doen.’ Iedereen ervaart de dagelijkse bureaucratie natuurlijk anders en vooral gaat er anders mee om. Ik ga in deze brief geen aanmatigend lesje bestuurskunde geven, nog daargelaten of ik dat op een objectieve wijze kan. Ik volsta met een opsomming van gerelateerde woorden en begrippen: verkokering van de zorg, regelzucht, controlezucht, productie-eisen, productie-afspraken, overhead, externe adviezen, indicatiebesluiten, geldstromen, vermarkten, timemanagement op de werkvloer, protocolliseren etc.etc.

Ieder individu gaat er anders mee of ervaart het anders. In eerste instantie lijkt het heel gezond om alle bureaucratische belast van je af te laten glijden als werker in de GGZ. ‘Het is nu eenmaal een gegeven in de hedendaagse samenleving.’ Als overlevingsstrategie kun je dit natuurlijk een tijdje volhouden, maar hoe ver kom je dan af te staan van je eigen gevoel en/of professie. De beleids- en managerscultuur gaat in toenemende mate de inhoud van het werk bepalen. Het is mijn ervaring dat het aantal managers met inhoudelijke kennis steeds minder wordt dan wel opgeslokt wordt door de eisen van de zelfstandige dynamiek van de ‘bureaucratie’. Het meest levendige bewijs is in deze brief al genoemd, de minister zelf.

Ik ervaar bij steeds meer collega’s berusting, langzaam maar zeker overgaand in een overlevingsstrategie die een vervlakking met zich meebrengt die niet goed kan zijn voor cliënten. Bij anderen zie ik nog wel enige passie, maar ik moet tot mijn spijt constateren dat

het dan vooral het ‘bevredigen van de bureaucratie’ is. Zij lopen in de pas met de actuele eisen, maar zoals gezegd, heeft het steeds minder met de daadwerkelijke inhoud van de geestelijke gezondheidszorg te maken. Met name bij jonge collega’s zie ik, mochten zij zich na enkele jaren kunnen handhaven in de geestelijke gezondheidszorg (!!) dat zij in toenemende mate bevreemd zijn met het ‘object van zorg’ en zich steeds meer gaan vereenzelvigen met de protocollen en andere bureaucratische eisen. Ik constateer een robotisering van de geestelijke gezondheidszorg, in een pessimistische bui wil ik het zelfs de autismisering van de zorg willen noemen.

En natuurlijke zijn er onverbetelijke optimisten, maar ook zij zullen moeten constateren dat het zoveel beter kan, misschien wel met hetzelfde geld. Het moge duidelijk zijn dat ik mezelf niet onder die optimisten schaar als het de geestelijke gezondheidszorg betreft.

Met de missie van GGZ Nederland in het achterhoofd, denk ik dat er intern nog een wereld te winnen is, wil je in staat zijn om je naar de buitenwereld inhoudelijk te presenteren. En daar bedoel ik niet mee het winnen van een paar procentpunten minder bezuinigen in de onderhandelingen met de overheid, of het openhouden van een enkele voorziening. Dat is winst voor de bühne, maar jezelf profileren als een gezonde GGZ organisatie, begint bij je eerste vertegenwoordigers, de werknemers op de werkvloer. Zonder hen, geen geestelijke gezondheidszorg, want in het contact met cliënten is naast opleiding en ervaring vooral mededogen van belang. In bureaucratische en megalomane fusie-organisatie zie ik het mededogen verdwijnen. Mededogen is niet alleen iets voor de werkvloer, mededogen is iets dat door de hele organisatie moet zitten, wil het effect sorteren.

DE PERSOONLIJKE NOOT

In het bovenstaande spreek ik niet over ondeskundigheid, ongeïnteresseerd gedrag en respectloosheid van collega’s naar cliënten toe, als gevolg van door mij gesignaleerde ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg. Het zal met zekerheid wel gebeuren, maar ik zie hier vooral de actuele ontwikkeling als veroorzaker. In de meest positieve

benadering is de verzakelijking van de bedrijfscultuur de veroorzaker van het ontnemen van het noodzakelijke mededogen naar cliënten. In de literatuur wordt in deze ook wel gesproken van parallelle processen in de organisatie. Als het gaat om mijn ervaring als consument, permitteer ik me toch minder terughoudendheid. Persoonlijk getroffen door de bejegening van individuele professionals en gerenommeerde instellingen kan ik ook nu met een rijtje begrippen en classifiseringen komen: Ondeskundigheid, leugenachtigheid, niet aan afspraken houden, niet aansluiten bij cliënt, lompheid en vooral het bedienen van de bureaucratie, niet de inhoud van de geestelijke gezondheidszorg volgend.

Af en toe komt persoonlijke rancune bovendrijven en het liefst zou ik enkele persoonlijke professionals en vooral een gerenommeerde instelling nadrukkelijk willen benoemen. Niets liever dan dat. Maar onze zoon is er niet meegeholpen, maar mede door toedoen van de niet te noemen instelling, gehanteerde wachtlijsten en worsten die voorgehouden zijn, lukt het al drie jaar niet om de aansluiting met het onderwijs te bereiken. De GGZ staat dit in de weg in verband met het uitblijven van adequate behandeling. De PR van genoemde instelling is waanzinnig goed, de website gelikt, maar het blijken loze beloftes, misschien alleen voor de bühne, om centen los te krijgen van de minister, met als doel handhaving van de organisatie in plaats van het bedienen van de missie van GGZ Nederland.

Onze persoonlijke ervaring dus als drijfveer. Kent u het begin dit jaar verschenen rapport van de Nationale Ombudsman2 ? Daarin trof ons het volgende citaat:

En het is niet zo raar dat deze passage ons trof, want als ouders hebben wij de Nationale Ombudsman geschreven en hen het recht gegeven indien nodig passages uit onze brief te gebruiken. Aldus geschiedde.

Zonder onze professionele ervaring waren wij mogelijk minder kritisch geweest. Zonder de wetenschap dat er duizenden kinderen als onze zoon in Nederland zijn, ieder met een eigen verhaal, zouden wij waarschijnlijk helemaal niet in de pen geklommen zijn op enig moment. Wij weten als geen ander dat pathetisch gedrag geen goede probleemoplossende ingrediënten bevat. Eigenlijk willen wij helemaal geen weblog met als titel www. dolgedraaid.wordpress.com , integendeel. We kunnen onze tijd wel beter verdoen. We voelen en weten dat er echter iets wezenlijks niet goed gaat in de geestelijke gezondheidszorg. En trouw aan mijn eigen opvoedingsnormen,verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Met mijn persoonlijke missies als drijfveren, is deze open brief tot standgekomen.

AFRONDING

Soms hebben wij vergezichten. De ene keer zijn ze donkerder gekleurd dan de andere keer. Wij hopen dat het onze zoon over tien jaar goed gaat en dat hij zijn plek heeft gevonden in de maatschappij. En misschien heeft hij die plek wel gevonden zonder de GGZ. Want naast ook enkele positieve ervaringen met individuele begeleiders, is het aan ons als ouders te danken dat de BV Thuis het hoofd boven water kan houden. Wij hebben alle ondeskundigheid tot op heden kunnen pareren zodat het psychische plekje bij onze zoon, niet uitgroeit tot onherstelbare vervuiling door de GGZ. Toch weten wij al jaren dat wij het niet alleen kunnen, maar drie en half jaar wachten op deskundigheid heeft uiteindelijk geleid tot een ‘drol van een behandelingsaanbod.’ Het is toch te gek voor woorden dat geestelijke gezondheidszorg in een mal moet passen om zodoende op beleidsniveau beheersbaar te kunnen zijn en dat er niet meer gekeken kan worden naar de persoon die hulp nodig heeft. Zorg op maat is geen zorg toegespitst op het individu, bij zorg op maat is vooral de aanbodzijde maatstafgevend geworden. Als zorgaanbieder meten zij de maat.

Als wij over tien jaar tot de conclusie komen: ‘Thank God, we hebben hem niet laten misvormen door de GGZ’, kunt u zich voorstellen dat wij geen constructief kritisch houding meer hebben. In dat geval zullen wij mogelijk alsnog een ode brengen aan minister Schippers. Ik kan het me nu nog niet voorstellen, maar er moet heel veel gebeuren met een gezonde geestelijke gezondheidszorg in Nederland.

Beste mijnheer Paul van Rooij, met Achlum als aanleiding en mijn persoonlijke drijfveren als motor, is deze brief tot standgekomen. Ik hoopte vooraf me te kunnen beperken tot een brief, want ik zou een boekwerk kunnen schrijven doorspekt met vermakelijke maar eigenlijk zeer trieste anekdotes uit privé- en werksfeer. Ik doe dat niet. Ook besef ik dat u niet verantwoordelijk bent voor de toestand van GGZ Nederland de afgelopen twintig jaar, u bent echter wel verantwoordelijk voor het huidige GGZ beleid en daarom een gemakkelijk aanspreekpunt. En ondanks de lengte, mogelijk te lang voor een weblog, hoop ik dat de open brief gelezen zal worden en via de sociale media verder verspreid gaat worden en dat er meerdere mooie suggesties voor verbeteringen gaan komen. Want ik ben ervan overtuigd dat een inhoudelijk goede GGZ organisatie alleen dan kan functioneren als het kritische geluiden vanuit het werkveld op een organische manier kan integreren. Pas dan is het mogelijk om stupiditeiten van de minister te pareren.

Ik dank u voor uw aandacht en roep andere lezers op om te reageren of deze brief verder te verspreiden (via direct mail op twitter, zal ik me alsnog aan u bekend maken, mocht u mijn kaartje niet meer hebben. In verband met privacyredenen, onderteken ik met mijn twitternaam)

Met vriendelijke groet,

SprakeloosID

Op beide blogs is de brief geplaatst

www.sprakeloosverhalen.wordpress.com

corresponderend met twitteradres @sprakeloosID

www.dolgedraaid.wordpress.com

corresponderend met twitteradres @donderwolken

1SPOOKRIJDERS in de zorg, Pleidooi voor een gezondheidszorg zonder meldplicht, privacyschending, afbraak van instituties, en zonder megalomane systemen. Uitgeverij Eburon, Delft 2011

2Hoera, ik ga weer naar school. Leerlingen met psychische of gedragsproblemen die thuiszitten, Nationale Ombudsman 24 januari 2011

Geplaatst in Actueel Sprakeloos | Getagged , , , , , , , , , | 6 reacties

maandag 30 mei 2011

Bezuinigingen verzwakken positie cliënten- en familieorganisaties ggz

Bezuinigingen verzwakken positie cliënten- en familieorganisaties ggz

Geplaatst: 31-05-2011 01:10 Door: Ad de Bruine - bron: http:// www.platformggz.nl
eurobiljetten

Het Landelijk Platform GGz is bezorgd over de bezuinigingsvoorstellen die het kabinet woensdag 25 mei jl. presenteerde. Veel lidorganisaties van het LPGGz krijgen te maken met kortingen op hun subsidie. Sommige zien zich in het voortbestaan bedreigd, andere zijn genoodzaakt hun activiteiten tot een minimum terug te brengen. De stem van cliënten en familieorganisaties in de ggz wordt daarmee verzwakt.

Lichtpuntje
Een lichtpuntje in het bezuinigingsgeweld is dat VWS het Landelijk Platform GGz en Platform VG erkent als gelijkwaardig aan de NPCF en de CG-Raad en hiervoor extra geld uittrekt. Door deze financiële impuls wordt het LPGGz in staat gesteld om op landelijk niveau de collectieve belangenbehartiging van cliënten en naastbetrokkenen in de ggz structureel vorm en inhoud te geven.

Uitholling achterban
Het LPGGz kan deze rol echter niet invullen zonder inbreng en samenwerking met sterke en slagvaardige lidorganisaties. Zeker nu het zorgstelsel en de sociale zekerheid onder druk staan, is een gefundeerde rol van cliënten- en familieorganisaties in de ggz onmisbaar. Zij staan immers dicht bij individuele zorgvragers, bieden lotgenotencontact, voorlichting en ondersteuning. De signalen en ervaringskennis die zij bij het LPGGz inbrengen, zijn van grote waarde. Als zij deze taak niet of in mindere mate kunnen uitvoeren, kan het LPGGz onvoldoende de stem van de cliënt en/of familie vertolken. Gelijkwaardigheid noodzakelijk
Minister Schippers van VWS benadrukte in haar brief aan de Tweede Kamer dat een sterke cliënten-beweging als 'derde partij' onmisbaar is om tegenwicht te bieden tegen overheid, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Tegelijkertijd bezuinigt zij op deze derde partij door de 43 miljoen subsidie bijna te halveren tot 25 miljoen. Het LPGGz pleit dan ook voor een gelijkwaardige financiering van cliënten- en familieorganisaties, zorgaanbieders en zorgverzekeraars, zodat de stem van de ggz-cliënt gehoord wordt.

woensdag 25 mei 2011

Psy: Op zoek naar het talent van de cliënt

Psy: Op zoek naar het talent van de cliënt

Op zoek naar het talent van de cliënt

Het ‘strength model’ helpt psychiatrische patiënten zoeken naar hun kracht en talenten. Hulpverleners leren gericht vragen stellen en ook kansen buiten de ggz te benutten. Is de maatschappij inderdaad een ‘oase van mogelijkheden’? Het Trimbos-instituut onderzocht het bij GGZ Noord-Holland-Noord.

Foto: Flickr.com

Hoewel de strength-aanpak in Nederland vrij nieuw is, bestaat deze in de VS al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. De methodiek is voortgekomen uit ontevredenheid over het toenmalige casemanagersmodel. Dat richt zich vooral op het in zorg houden van cliënten. Volgens de founding father van het strength-model, Charles Rapp, is het vooral ook belangrijk dat cliënten in hun eigen omgeving begeleiding krijgen die gericht is op hun wensen en talenten en het participeren in de samenleving. Deze aanpak stimuleert hulpverleners actief buiten de grenzen van de ggz te kijken naar aanknopingspunten voor de cliënt; zijn omgeving wordt beschouwd als een ‘oase van mogelijkheden’.

Twee wijkteams
De strength-aanpak past uitstekend in de visie van herstelgericht werken, het recovery-model. Dat was ook de reden voor GGZ Noord-Holland-Noord om twee wijkteams volgens deze aanpak te laten werken. Het Trimbos-instituut onderzocht hoe dit uitpakte. Er deden 21 casemanagers en 89 cliënten mee aan het onderzoek.
De cliënten geven de strength-aanpak een zeven. Bijna veertig procent van de cliënten zegt door deze aanpak meer sociale contacten gekregen te hebben. Ruim veertig procent zegt actiever te zijn geworden. Opvallend genoeg meten de onderzoekers geen duidelijke toename van het aantal sociale contacten en activiteiten buitenshuis.

Gesprekstechniek
Het is, zo stellen de onderzoekers, voor een aantal cliënten niet makkelijk om het over hun eigen krachten en kwaliteiten te hebben. ‘Ze vinden dat niet vanzelfsprekend.’
Toch zegt 75 procent van de deelnemende cliënten meer inzicht te hebben gekregen in eigen mogelijkheden. Ze vinden het belangrijk dat ook de casemanagers daar meer oog voor hebben en het gesprek niet altijd over hun problemen gaat.
De hulpverleners die deelnamen aan het onderzoek deelden in grote lijnen de visie die achter de strength-methodiek zit, maar ze misten de nodige vaardigheden op het gebied van gesprekstechniek.

Formulieren invullen
Sommige deelnemende casemanagers hadden moeite met het invullen van de formulieren die bij de strength-aanpak horen. Er zou teveel schrijfwerk van ze gevraagd worden. Halverwege het onderzoek stagneerde daardoor het implementatieproces, zo blijkt uit het onderzoek. Een inspirerende presentatie van strength-coryfee Paul Liddy bracht bij de hulpverleners het enthousiasme terug. Toch scoorde de modelgetrouwheid waarmee de strength-methodiek werd uitgevoerd laag: 2,6 op een schaal van 5.

Stapje terug
Onderzoeker Harry Michon van het Trimbos-instituut zag dat de hulpverleners ‘gecharmeerd’ waren van de methode. ‘Ze delen de visie achter de strength-aanpak, ook al vinden ze het niet altijd makkelijk om een stapje terug te doen en de cliënt zelf de regie te laten voeren. Ze denken vaak al te weten wat de cliënt wil en kan. Ze zeggen: “Ik ken mijn cliënt”. Als ze de gesprekken op een open manier aangingen, werden ze toch vaak verrast door de cliënt. Ze hoorden dingen die ze niet eerder gehoord hadden.’

Ervaringsdeskundigen
De vraag of de strength-methodiek geschikt is om herstelgericht te werken met cliënten in de langdurende psychatrie, vindt onderzoeker Michon moeilijk te beantwoorden. ‘De uitkomsten van het onderzoek moeten met de nodige voorzichtigheid worden bekeken, want de strength-methodiek is bij GGZ NHN niet volgens het boekje uitgevoerd. Eigenlijk zou het beter zijn om dat eerst wel te doen, en dan later te kijken wat je eventueel weg kunt laten of anders kunt doen.’ Michon adviseert om in elk geval meer aandacht te besteden aan het gebruik van de formulieren en aan gesprekstechniek bijvoorbeeld in de intervisie. Daarnaast zou het aanbeveling verdienen om ervaringsdeskundigen in te schakelen bij de uitvoering. (ML)

Lees hier het onderzoek ‘Op krachten komen’. Evaluatie van de implementatie van de strength-aanpak bij GGZ Noord-Holland-Noord. Trimbos-instituut. M.J. van Wezep en H. Michon

Lees hier meer over de achtergronden van het strength-model

Klik hier voor een basistraining strength-model


© Psy 24-05-2011

Informatie over wonen in de psychiatrie

informatie-over-wonen-in-de-psychiatrie.pdf (application/pdf-object)

Wonen en de psychiatrie
Tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw woonden mensen met ernstige
psychiatrische problemen in een psychiatrische inrichting. Zij werden ver van
hun eigen woonomgeving samen gebracht in een speciale instelling met een
gesloten karakter, waar onder leiding van medisch specialisten werd gewerkt
aan hun herstel.

Waar woonden psychiatrische patiënten vroeger?
Tot in de zeventiger jaren
van de vorige eeuw woonden mensen met ernstige psychiatrische problemen
in een psychiatrische inrichting. Zij werden ver van hun eigen woonomgeving
samen gebracht in een speciale instelling met een gesloten karakter, waar
onder leiding van medisch specialisten werd gewerkt aan hun herstel. In de
praktijk had het gesticht al vooral een verblijffunctie: zeker 70% van de
patiënten woonde er vele jaren. De inrichting was een minimaatschappij die
vrijwel geheel voorzag in eigen behoeften. Patiënten werkten in de
huishouding, in zogenaamde keukenbedrijven, magazijnen,
timmermanswerkplaatsen, mattenmakerijen, weverijen, de boerderij.
Hoe was het leven in een psychiatrische inrichting? Kenmerkend voor het
leven in een psychiatrisch ziekenhuis oude stijl waren de massaliteit, gebrek
aan privacy, het leven in groepsverband en een betuttelend klimaat. In
Santpoort leefden ruim 1000 patiënten in grootschalige gebouwen met
gezamenlijke slaapkamers en woonruimten. Het leven op de afdeling speelde
zich af in een streng dagritme van werken en ontspanning in groepsverband.
Vaste dagprogramma's voor behandeling en dagbesteding bepaalden het
dagelijks leven. Er waren veel vrijheidsbeperkingen. Patiënten hadden
nauwelijks privacy. Voor velen beperkte het privédomein zich tot de eigen
handtas.


Wat wordt er bedoeld met vermaatschappeling?
In de tweede helft
van de twintigste eeuw zette in de psychiatrie wereldwijd een ontwikkeling in
die leidde tot het herhuisvesten van chronische patiënten. In plaats van
wonen op een instellingsterrein of langdurige verblijfsafdeling van een
psychiatrische ziekenhuis worden mensen verhuisd naar woonvormen inde
samenleving. Dit proces wordt wel vermaatschappelijking genoemd
Wat is het Amsterdams Model? Het ideaal van vermaatschappelijking werd in
Amsterdam in de jaren 1980 op voortvarende wijze ten uitvoer gebracht.
Een groot deel van de psychiatrische patiënten uit Amsterdam verbleef in
PZ(Provinciaal Ziekenhuis) Santpoort. Tussen 1987 en 2002 werd Santpoort
opgesplitst in twee kleinere ziekenhuizen gevestigd in Amsterdam. Dat
gebeurde op basis van het plan Het Amsterdams Model (1986) opgesteld
door progressieve psychiaters, de cliëntenbeweging, de gemeente en de
provincie. Het plan voorzag in de verhuizing van chronische patiënten in
Santpoort naar Amsterdam. Voorzieningen dienden kleinschalig en verspreid
over de stad worden opgezet. Voortaan moest de opname in een
psychiatrische kliniek zo veel mogelijk worden voorkomen en de opnameduur
zo kort mogelijk. Er werden behandelcentra voor acute opnames, zg.
sociaalpsychiatrische dienstencentra (SPDC) opgezet. Mensen met langdurig
psychiatrische problemen werden gehuisvest in een gevarieerd stelsel van
beschermende woonvormen.

Is de verhuizing naar Amsterdam een succes geworden?
In de media heerste
lange tijd een negatief beeld over de verhuizing van psychiatrische patiënten
naar Amsterdam. Uit onderzoek is gebleken dat dit beeld moet worden
bijgesteld. De overlast is beperkt. Het overgrote deel van de patiënten weet
hun weg naar de zorg te vinden en is tevreden over de GGZ. Wel laat de
beoogde maatschappelijke integratie nog te wensen over. De meeste
patiënten wonen in een beschermde woonvorm of zelfstandig met
begeleiding. Zij leiden een teruggetrokken leven. Zinvolle dagbesteding
ontbreekt vaak. Er is vooral gebrek aan passend werk.
Zijn patiënten tevreden met hun woning? De meeste mensen met langdurig
psychiatrische problematiek die in staat zijn om met begeleiding zelfstandig
te wonen blijken echt te genieten van hun zelfstandigheid. Degenen die
gehuisvest zijn in een voorziening voor beschermd wonen hebben meestal de
ambitie deze woonvorm in te ruilen voor een volledig zelfstandige woning.
Het zelfstandig wonen heeft ook een keerzijde. Mensen die in staat zijn om
na opname of na wonen in een beschermende woonvorm, de stap naar meer
zelfstandigheid te maken, komen vaak terecht in achterstandwijken. De
eenzaamheid die velen zeiden te ervaren werd niet aan het alleen wonen
geweten; ook in een instelling te midden van een groep mensen kan men
zich eenzaam voelen.

Diverse aspecten met betrekking tot het begrip
wonen in de geschiedenis van de psychiatrie
Hieronder worden enkele aspecten behandeld die betrekking hebben op het
begrip Wonen in de geschiedenis van de psychiatrie.
Natuur
Vanaf het eind van de achttiende eeuw zag men de stad als een
vervreemdende, tegennatuurlijke leefomgeving die ziektes en
krankzinnigheid veroorzaakte.
De natuur werd daarentegen beschouwd als de beste heelmeester. De
schoonheid van het landschap, de heilzame werking van de frisse buitenlucht
en de mogelijkheid van het werken op het land maakten de natuur bij de
oorsprong van de psychiatrische kliniek tot de belangrijkste inspiratiebron.
Optimaal profijt van de natuur vereiste daarom in de eerste plaats een
uitgelezen locatie van de inrichting: liefst droge, wat hogere zandgronden, de
nabijheid van vruchtbare grond en voldoende goede waterbronnen. Binnen
het gesticht was de natuur prominent aanwezig in de vorm van idyllische
wandeltuinen.
Afb. 1 Natuur Plattegrond van het nieuw te bouwen Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen
Meerenberg te Bloemendaal, 1845. Het ontwerp van zowel het gebouw als het park was van J.D.
Zocher jr. Meerenberg lag ver van de stad, in een geïsoleerde, landelijke omgeving omringd door duin
en park.
Onderscheid
De woonsituatie werd op de eerste plaats bepaald door de aangebrachte
scheiding van de verschillende categorieën patiënten: een strikte scheiding
der seksen, een indeling in rustige, (half)onrustige en ‘razende’ patiënten en
klassenonderscheid, een strikte scheiding van drie, tot zelfs vijf verschillende
klassen. Het onderscheid tussen de maatschappelijke standen kwam niet
alleen tot uitdrukking in de ruimere mogelijkheden tot opvang van een
welgestelde geesteszieke, maar ging zelfs gepaard met een andere houding
tegenover krankzinnigheid.
Afb. 2 en 2a Onderscheid De salon van de heren der eerste klasse (afbeelding boven) en de slaapzalen
voor de armlastige patiënten van de vijfde klasse op de zolder van Meerenberg I (afbeelding onder),
circa 1900. Welgestelde patiënten, die hun verpleging zelf betaalden, werden intensief verzorgd in
kleine gezelschappen, aten luxueuze en overvloedige maaltijden aan een tafel gedekt met zilver en
porselein en mochten soms zelfs een eigen bediende meenemen. Patiënten uit de volksklasse, die
bijna 90% van de gehele gestichtsbevolking uitmaakten, werden tegen minimale kosten verpleegd,
aangezien de armbesturen hun verpleeggelden moesten betalen. Hun verzorging werd gekenmerkt
door spaarzaamheid en soberheid. In veelal sleetse en uniforme gestichtskleding aten zij aan lange,
ruw houten tafels in grote eetzalen hun maaltijden, die doorgaans bestonden uit stamppot.
Medisch model
Aan het eind van de negentiende eeuw overheerst de overtuiging dat
psychische afwijkingen in essentie somatisch van aard waren, dus
voortvloeiden uit lichamelijke gebreken. Binnen dit medische model ligt het
voor de hand dat de patiënt in een passieve rol wordt gebracht. Wie ziek is,
hoort in bed en dus leidde deze opvatting overal tot de intrede en stimulatie
van de bedverpleging. In bedkamers en vooral slaapzalen brachten de
bewoners het grootste deel van de tijd door. Hierbij werd aansluiting gezocht
bij de reguliere, algemene ziekenhuizen, die dankzij hun schone en
hygiënische imago in de publieke opinie hoger aangeschreven stonden dan
de gestichten.
Afb. 3 Medisch model Bedverpleging, in een daarvoor speciaal ingerichte afdeling in het nieuwe
provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch bij Castricum, circa 1910. Net als in een gewoon ziekenhuis
moest de hersenzieke er door de omgeving en het optreden van de verplegenden van doordrongen
worden dat hij ziek was, rust behoefde en zich als een patiënt diende aan te passen. Bedrust, zeker
tijdens de observatieperiode in de eerste weken na opname opgelegd, bevorderde het tot rust komen
van geest en lichaam, waarna deze weer langzaam op krachten konden komen. De verpleging in bed
bood ook de gelegenheid om met een klein aantal verpleegkundigen een grote groep patiënten op
doelmatige wijze te observeren en bewaken.

Gezinsverpleging en gezinssimulatie
Veel belang werd gehecht aan het simuleren binnen de gestichtsmuren van
de gezinssituatie. De nabootsing van een hiërarchisch opgebouwd gezin, met
de beheerders van de afdelingen en paviljoens in de rol van gestichtsvader
en –moeder, creëerde een ‘natuurlijke’ gezagsverhouding, die overeenkwam
met de ‘normale’ samenlevingsvormen buiten de inrichtingen. Daarnaast
vond ook op kleine schaal gezinsverpleging plaats. De opvatting dat het
gezin een ideale woon- en werksituatie voor de geesteszieke is, gaat terug
tot ver in de Middeleeuwen en komt in de loop der geschiedenis voortdurend
in verschillende gedaanten weer boven.

Actievere therapie
Rond 1920 erkende de Duitse psychiater H. Simon dat er in het verrichten
van werk uitgebreidere therapeutische mogelijkheden scholen, die nog
nauwelijks werden benut. De door hem geïntroduceerde ‘actievere therapie’
was dermate veelbelovend, dat zij weldra gemeengoed werd. De essentie
van de actievere therapie was het opbouwen van sociale arbeidsrelaties en
het stimuleren van de zelfwerkzaamheid van de bewoners. Dit had echter
ook invloed op hun woonomstandigheden: het interieur moest eraan
bijdragen dat patiënten leerden zich sociaal te gedragen. Huiselijk meubilair,
goed afgewerkte en verzorgde woonverblijven en slaapzalen en stemmige
kleuren waren daarbij vereist. In Nederland werd de actievere therapie met
name door W.M. van der Scheer, geneesheer-directeur te Santpoort,
gepropageerd. Na een bezoek aan de Provinzial Heilanstalt van dr. Simon in
Gütersloh, in 1926, kopieerde hij zelfs het daar gebruikte meubilair en de
aankleding van de vertrekken.
Afb. 4 Actievere therapie Een verblijfzaal voor onrustige patiënten in het Provinciaal Ziekenhuis nabij
Santpoort, circa 1926. In zijn boek Nieuwere inzichten in de behandeling van geesteszieken uit 1933
beschreef Van der Scheer de inrichting van deze verblijfzaal, die hij als ‘therapiezaal’ betitelde. Door
het uitgekiende interieur, waarin geprobeerd was door kleur, met zorg uitgekozen meubilair, planten,
bloemen en wandversiering een gezellig en prettig milieu te scheppen, werden zelfs ‘de moeilijkste
patiënten tot een ordelijk gedrag en tot het verrichten van arbeid opgevoed’.

Psychofarmaca
In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw resulteerde de gezochte
aansluiting bij de moderne ziekenhuizen als medische bolwerken onder
andere in de institutionalisering van de psychiatrische klinieken. Deze
representeerden de toenemende betekenis van wetenschap en techniek, die
zich sinds de vroege jaren vijftig het duidelijkst manifesteerde in de opmars
van de psychofarmaca. Het belang hiervan voor het wonen in een inrichting
was immens. In de voorgaande jaren werd het interieur grotendeels bepaald
door het probleem van de onrustige en nauwelijks te beteugelen bewoners.
De ‘verhuiselijking’ van de inrichtingen werd pas mogelijk toen dit probleem
dankzij de medicijnen grotendeels was overwonnen.
Afb. 5 Psychofarmaca Een gids voor het gebruik van het geneesmiddel Largactil in de psychiatrie,
1954. De eerste van de zogenaamde psychofarmaca, revolutionaire medicijnen die wanen,
hallucinaties en sombere gevoelens verminderden zonder dat de patiënten werden versuft, was
chloorpromazine, dat onder de merknaam Largactil in 1953 op de markt werd gebracht. Het middel
was een groot succes en werd daarom binnen korte tijd zeer populair.

Sociale model
De opmars van de psychofarmaca maakte bovendien de weg vrij voor het op
uitgebreide schaal introduceren van vele verschillende vormen van therapie
die uitgingen van het sociale model. Daarin werd aan het wonen op zich een
belangrijke rol toegekend, die deels terugging op de traditionele
gezinsverpleging. De bij het wonen veronderstelde huiselijkheid en privacy
konden binnen de grootschalige, institutionele inrichtingen echter niet of
nauwelijks worden gerealiseerd. Daarom werden er vanaf de jaren vijftig
diverse initiatieven ontwikkeld om tot een oplossing voor dit dilemma te
komen.

Sociowoningen
In Wolfheze werd voor het eerst geëxperimenteerd met de zogenaamde
'sociowoningen', gewone rijtjeshuizen zoals de standaard sociale
woningbouw uit de wederopbouwperiode, bedoeld voor kleine groepen
patiënten, die er een zo 'normaal' mogelijk leven konden leiden. Vanaf 1960
werden ongeveer 300 van de 820 patiënten in de 24 dubbele woningen
gehuisvest. Hiermee werd ook een scheiding van wonen en behandeling tot
stand gebracht: het wonen op de schaal van de kleine buurtgemeenschap
bevond zich aan de rand van het terrein of in de nabijheid van de inrichting,
waar het gehele scala aan behandelmethoden aanwezig was. In de jaren
zestig en zeventig werden er in Nederland tientallen sociowoningen
gebouwd, maar er werd slechts een deel van de gestichtsbewoners in
ondergebracht.
Afb. 6: Sociowoningen in Wolfheze, 1961. De directie van de Psychiatrische Inrichting Wolfheze, onder
leiding van H. van der Drift, streefde al vroeg naar een zekere ‘vermaatschappelijking’ van de zorg. Zij
zag het experimentele socio-therapeutisch centrum, dat in 1961 gestalte kreeg, als stimulans voor het
creëren van emotioneel contact tussen mensen en het onderling hulpbetoon onder de patiënten. De
twaalf dubbele laagbouwwoningen, gegroepeerd rond een medisch centrum, werden bewoond door
‘gezinseenheden’ bestaande uit vijf of zes patiënten en twee socio-therapeutische assistentes. Deze
speciaal voor dit werk op Wolfheze opgeleide vrouwen hadden een opvoedende, adviserende en
stimulerende taak. De benadering van het socio-therapeutisch centrum was in die tijd niet alleen nieuw
voor Nederland, maar zelfs voor Europa.

Psychotherapeutische gemeenschap
De groep als 'natuurlijk' kader van het 'samenleven' was het grote ideaal van
de jaren zestig en zeventig en dat bleef niet zonder gevolgen voor de
huisvesting binnen de psychiatrische ziekenhuizen. Deze werd georganiseerd
in kleinschalige woon- en therapiegroepen met het 'ontmoetingscentrum' als
equivalent van de agora, de openbare ontmoetingsplaats voor groepen
mensen in de stad. De woongroep werd gezien als leerschool en daarmee als
een ideaal therapeutisch kader. Heel de omgeving moest uitnodigen tot
gezamenlijke activiteiten en meedoen was belangrijker dan de mogelijkheid
zich in privé-kamers terug te trekken. Zo vielen het wonen en de therapie tot
op zekere hoogte samen. Kenmerkend voor deze periode was de
(psycho)therapeutische gemeenschap, een vernieuwende vorm van
psychotherapie die aan het eind van de jaren zestig in Nederland doordrong.
In de therapeutische gemeenschap werd een sociotherapeutisch milieu
geschapen, dat bovenal gekenmerkt werd door het invoeren van
democratische beginselen en het geven van reële verantwoordelijkheid aan
de patiënten als groep voor zowel de dagelijkse gang van zaken in de
gemeenschap als voor de eigen behandeling.

Beschut wonen
De lijn die met de sociowoningen van Wolfheze was ingezet, werd in de jaren
zeventig voortgezet, toen geprobeerd werd de grens tussen normaal en
abnormaal op te heffen en alles in het teken stond van integratie in de
samenleving en 'de-hospitalisering', schaalverkleining en democratisering. Zo
nam het psychiatrisch ziekenhuis Groot Lankum te Franeker in 1974 een
compleet nieuw dorpje, Lankwert, in gebruik. Het bestond uit 13 gewone,
onopvallende woningen, waarin 70 patiënten verdeeld over verschillende
categorieën, slechts ondersteund waar nodig, maar in principe zo zelfstandig
mogelijk hun eigen leven konden leiden.

Ook in de psychiatrische inrichting St. Bavo te Noordwijkerhout ging begin
jaren zeventig het roer om. De voorstellen van de zogeheten 'Visiecommissie
St. Bavo', in het leven geroepen om de toenmalige zorg te onderzoeken en
nieuw toekomstig beleid te ontwikkelen, resulteerden in de bouw van nieuwe
woonvormen voor de verschillende categorieën patiënten. Voor de
zwakzinnigen werd de Hafakker opgericht, een wijkje met diverse
voorzieningen aan de rand van het inrichtingsterrein. Voor de chronisch
psychiatrische patiënten werd het Beschut Wonen model ontwikkeld: een
woonvoorziening voor blijvend psychosociaal gehandicapte patiënten, aan
wie begeleiding en een zo normaal mogelijke vorm van wonen wordt
geboden in een kleinschalige accommodatie. In 1982 was de Beschut Wonen
wijk, gelegen tussen de oude inrichting en het dorp Noordwijkerhout, een
feit. Het Beschut Wonen model werd in verschillende vormen elders in
Nederland toegepast. Veelal gaat het om groepswoningen op of dichtbij het
terrein van een algemeen psychiatrisch ziekenhuis, waarin de nadruk niet ligt
op behandelen of resocialiseren, maar op wonen.
Afb. 7 Beschut wonen Plattegronden van het oude paviljoen St. Vincentius (boven) en een nieuw
woonhuis in de Beschut Wonen wijk (onder) op het terrein van het algemeen psychiatrisch ziekenhuis
St. Bavo te Noordwijkerhout, 1982. Beide plattegronden illustreren de overgang van het wonen in de
bekritiseerde klassieke inrichting naar het ‘gewoon wonen’ in de nieuwe beschutte woonvormen.
Grootschaligheid werd kleinschaligheid, slaap- en dagzalen werden vervangen door huiskamers en
eigen zit-slaapkamers, van bovenaf opgelegde instituutsregels maakten plaats voor de eigen regels
van de woongroep: de afdelingen en paviljoens werden vervangen door woonhuizen tussen andere
gewone huizen. Met deze verandering in woonvorm veranderde ook de inhoud van de zorg, waarin
begeleiding bij het wonen centraal kwam te staan. Hiermee werd Beschut Wonen een nieuw
zorgmodel, dat in de verblijfspsychiatrie in Nederland al snel algemeen verbreid raakte.

Terug naar de stad
Waren de communeachtige woonvormen waarmee in de jaren zeventig
binnen menige inrichting werd geëxperimenteerd, geïnspireerd op het
tegenculturele gedachtegoed dat toen opgeld deed, daarna probeerde men
eerder aansluiting te zoeken bij de manier waarop men in de gemiddelde
Nederlandse woonwijk verblijft. Ondertussen was ook duidelijk geworden dat
aan de woongroep als therapeutisch kader grote nadelen kleefden: de
individualiteit van de patiënt ging er op in de identiteit van de groep en dat
maakte de patiënt afhankelijk van zijn woongroep en ongeschikt om
daarbuiten te functioneren. Voor de categorie patiënten waarvoor terugkeer
in de samenleving in principe mogelijk was, werd daarom een scheiding van
wonen en werken geïntroduceerd en tegelijkertijd het overhevelen van de
klassieke gestichten naar kleinschalige voorzieningen in de stad. Binnen deze
voorzieningen kregen de behandelafdelingen ook een functie voor patiënten
van buiten de inrichting en werd het wonen zoveel mogelijk geprivatiseerd:
de patiënten kregen eigen privé-vertrekken en slaapkamers met eigen
sanitair. Wonen dat is gerelateerd aan de psychiatrie is voor steeds meer
mensen bedoeld om een tijdelijk karakter te hebben. Terugkeer naar de
normale samenleving is het streven en de huidige woonafdelingen zijn dan
ook ingericht als een hotel: comfortabel, maar toch niet 'eigen', voorzien van
alles wat nodig is, maar steeds bescheiden van afmetingen en zonder luxe.
Bovenstaande is een samenvatting van relevante teksten uit:
• N. Mens, De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis, Inmerc bv,
Wormer, 2003
• A. Kerkhoven, Beeld van de psychiatrie 1800-1970. Historisch bezit van de
psychiatrische ziekenhuizen in Nederland, Waanders, Zwolle, 1996
• J. Vijselaar, Krankzinnigen gesticht. Psychiatrische inrichtingen in
Nederland 1880-1910, Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1982
• J. Vijselaar (red.), Gesticht in de duinen. De geschiedenis van de
provinciale psychiatrische ziekenhuizen van Noord-Holland van 1849
tot 1994, Verloren, Hilversum, 1997