donderdag 28 oktober 2010

Lancering advies- en hulplijn Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen | GezondheidsKrant

Lancering advies- en hulplijn Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen | GezondheidsKrant

Lancering advies- en hulplijn Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen

Vanaf 20 oktober 2010 is de advies- en hulplijn van de Landelijke Stichting Familievertrouwenspersoon (LSFVP) actief. De advies- en hulplijn is opgezet om familieleden en naastbetrokkenen van cliënten die behandeld worden in GGz-instellingen, telefonisch te ondersteunen.

Waarvoor kunt u terecht bij de landelijke advies- en hulplijn?
Als familielid of naastbetrokkene kunt u de advies- en hulplijn bellen:
- Voor hulp bij het leggen van contact met de hulpverlener of instelling.
- Voor bemiddeling en steun bij het zoeken naar oplossingen als u een klacht heeft over de GGz-instelling.
- Voor informatie en doorverwijzing naar organisaties die u kunnen ondersteunen. Hierbij kunt u denken aan mantelzorgorganisaties of lotgenotengroepen.
- Voor de contactgegevens van de dichtsbijzijnde familievertrouwenspersoon.
- Bij algemene vragen over ziektebeeld en behandeling van de cliënt.

Wat doet de Familievertrouwenspersoon?
De familievertrouwenspersoon (FVP) ondersteunt u in het contact met de hulpverlener of de GGz-instelling. De FVP luistert naar uw verhaal en geeft antwoord op uw vragen. De FVP heeft geheimhoudingsplicht. Dit betekent dat wat u vertelt vertrouwelijk is en blijft.

Wat doet de Landelijke Stichting Familevertrouwenspersoon?
De Landelijke Stichting Familievertrouwenspersoon heeft tot doel de best mogelijke ondersteuning te bieden aan familie en naastbetrokkenen van cliënten in de GGz. Dit doet zij door ervoor te (gaan) zorgen:
- dat er in het hele land familievertrouwenspersonen beschikbaar zijn.
- dat de familievertrouwenspersonen onafhankelijk functioneren van de GGz-instelling.
- dat de familievertrouwenspersonen deskundig en goed bereikbaar zijn.

U kunt de advies- en hulplijn bereiken op telefoonnummer: 0900 -333 2222 (10ct/min)

De advies- en hulplijn is bereikbaar van: maandag tot en met vrijdag, van 10.00 uur tot 16.00 uur.

Wilt u meer informatie ?
Voor meer informatie over de familievertrouwenspersonen en de Landelijke Stichting Familievertrouwenspersoon kunt u kijken op de website: www.lsfvp.nl

Genomineerden publieksprijs GGZ bekend : : Gastvrije Zorg

Genomineerden publieksprijs GGZ bekend : : Gastvrije Zorg

22-10-2010

Genomineerden publieksprijs GGZ bekend

Genomineerden publieksprijs GGZ bekend
Publieksprijs voor psychiatrische instellingen
Voor de tweede keer op rij wordt dit jaar de Ypsilon Familiester uitgereikt. De genomineerden voor de publieksprijs voor instellingen in de geestelijke gezondheidszorg zijn deze week bekend gemaakt.

Familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose hebben drie afdelingen van psychiatrische instellingen genomineerd voor de Ypsilon Familiester 2010. Kandidaat voor de eerste en enige publiekprijs in de GGZ zijn het 5e wijkteam van GGZ Noord-Holland Noord, de Zorglijn psychotische stoornissen van het UMC Utrecht en de Zorglijn Vroege Psychose van het AMC. Op 6 november wordt de winnaar bekend gemaakt op de Ypsilon Studiedag in Maarssen.

De prijs is in het leven geroepen als blijk van waardering voor instellingen en afdelingen die tastbaar werk maken van familiebeleid.

Landelijk Platform GGz - Cliënten tevreden over steunsystemen

Landelijk Platform GGz - Cliënten tevreden over steunsystemen

22 oktober 2010

Cliënten tevreden over maatschappelijke steunsystemen


Cliënten zijn best tevreden over het functioneren van 'maatschappelijke steunsystemen'

zo blijkt uit onderzoek dat vanuit de cliëntenmonitor AWBZ door het Landelijk Platform werd uitgevoerd. Een maatschappelijk steunsysteem (MMS) is een georganiseerd net-werk van personen, diensten en voorzieningen rondom een ggz-cliënt. Dit netwerk ondersteunt de cliënt bij alledaagse dingen en participatie. Het LPGGz verwoord in een heldere tussenrapportage hoe deze steunsystemen in diverse regio's functioneren en welke resultaten er geboekt worden.

Actueel
Steunsystemen staan volop in de belangstelling; ze passen binnen de actuele ontwikkelingen
in de zorg en samenleving. De bezuinigingen maken een samenhangend aanbod nog urgenter.
Een steunsysteem bestaat uit drie niveaus rondom een ggz-cliënt: een persoonlijk netwerk, een professioneel netwerk en een netwerk op bestuurlijk niveau. Cliënten en vertegenwoordigers van
al deze niveaus zijn in diverse regio's geïnterviewd.

Positief
Cliënten geven aan dat de ondersteuning van het MSS in positieve zin afwijkt van de ‘reguliere’ hulpverlening. Medewerkers van het MSS luisteren goed, werken vraaggericht en zijn flexibel,
zo blijkt uit de tussenrapportage van het LPGGz-onderzoek. Ook coördineren MSS'en de toeleiding naar zorg beter en functioneert het hulpverlenersnetwerk over het algemeen goed.
Daarentegen scoren de MSS'en minder als het gaat om versterking van het informele netwerk
en steun vanuit de persoonlijke omgeving. Daardoor blijven mensen langer afhankelijk van professionele hulpverlening.

Bekostiging
Zowel zorginstellingen als gemeenten moeten gaan bezuinigingen. Betrokkenen maken zich
dan ook zorgen over de toekomstige financiering van de maatschappelijke steunsystemen. Voor het voortbestaan van MSS'en is het belangrijk dat er over de grenzen van diverse domeinen wordt samengewerkt. Dit vereist betrokkenheid van vele partijen; ggz-instellingen, gemeenten, welzijns-organisaties, woningcorporaties, zorgverzekeraars en, zolang ze nog bestaan, zorgkantoren. Bovendien moeten maatschappelijke steunsystemen er zich op voorbereiden dat zij in de toekomst meer aangesproken zullen worden op transparantie: 'Voor wie werk je? Wat zijn de resultaten? Hoe is de doorstroming? Hoe verhoudt het MSS zich met andere vormen van zorg
en ondersteuning?'

Aanbevelingen van het LPGGz
Om te voorkomen dat cliënten langdurig afhankelijk blijven van hulpverleners, pleiten wij voor het versterken van de eigen kracht van cliënten en het uitbreiden en versterken van het eigen netwerk.
Inzet van ervaringsdeskundigheid, zelfhulpgroepen, lotgenotencontact en cliënteninitiatieven zijn daarbij onmisbaar.

Informatie
Anne Walraven, a.walraven@platformggz.nl
Nic Vos de Wael n.vosdewael@platformggz.nl

opent in een nieuw venster Tussenrapport over ketensamenhang in onderstaande regio's - oktober 2010
Rapportage over ketensamenhang in Bos en Lommer - wordt verwacht
opent in een nieuw venster Rapportage over ketensamenhang in de regio Eindhoven - juli 2010
opent in een nieuw venster Rapportage over ketensamenhang in Den Haag - juli 2010
opent in een nieuw venster Rapportage over het Onze Buren project in Dordrecht - september 2010

Kind met psychische problemen zit te vaak thuis | Verruim de horizon

Kind met psychische problemen zit te vaak thuis | Verruim de horizon

Kind met psychische problemen zit te vaak thuis

Bron: onderzoek “ Back to school”

Veel kinderen en jongeren met psychische en psychiatrische problemen gaan (tijdelijk) niet naar school. Dat verergert vaak de klachten. Het is hoog tijd dat er meer aandacht komt voor ‘thuiszitters’. ‘Hoe sneller je iets doet, hoe meer kans een kind heeft.’

‘Thuiszitter’ ben je als je vier weken of langer niet of gedeeltelijk naar school gaat, al dan niet met een leerplichtontheffing. Onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van langdurig thuis zijn, bestond niet. Totdat de cliëntenraad van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen aan de bel trok. Jongeren in deze raad hadden er zelf ervaring mee, vonden dat het probleem onderschat werd en dat er te weinig over bekend was. Gesteund door de directie van de ggz-instelling kwam er een onderzoek van H&S Consult en de DSP-groep. De resultaten staan in het rapport ‘Back tot school’.

Geen melding
Maar liefst 22 procent van de respondenten (140 jongens en 113 meisjes van de 2715 benaderde leerplichtige cliënten) bleek in een periode van twee jaar regelmatig niet naar school te zijn gegaan; 18 procent zat, variërend van een maand tot langer dan een jaar, permanent thuis. ‘Veel meer kinderen dan bekend was op basis van meldingen door scholen en leerplichtambtenaren’, aldus Inge Sleeboom van H&S Consult. ‘Het wordt dus vaak niet gemeld.’

Over wat thuiszitten betekent, bestond weinig informatie. Terwijl de gevolgen groot zijn, stelt Sleeboom. ‘School is een sleutelinstelling voor meedoen aan de samenleving. Bij uitval zien jongeren hun vrienden niet meer, ze horen er niet meer bij. Daardoor gaan ze zich nog slechter voelen. Daarnaast zakken veel jongeren terug in schoolniveau of halen helemaal geen diploma. Dat leidt tot minder goede banen of werkloosheid. Als je niet oppast, is schooluitval het voorportaal van de Wajong.”

Onbegrip
Bijna driekwart van de thuiszitters wil graag terug naar school, maar dat blijkt lastig. Onbegrip van school is de meest genoemde oorzaak, gevolgd door wachtlijsten voor een andere school. Sommige kinderen durven niet terug vanwege de confrontatie met klasgenoten. Betere begeleiding is hoognodig. ‘Bij wie kan een kind terecht als hij het moeilijk heeft, wat vertel je leerlingen in de klas, enzovoort. Weinig scholen hebben dat goed geregeld.’ Ook het contact tussen scholen en ggz kan beter, meldt onder andere een leerplichtambtenaar in het rapport.

In ons land worden 238.000 kinderen binnen de jeugd-ggz behandeld. Het is daarom alle hens aan dek om schooluitval te voorkomen en aan te pakken, vinden de onderzoekers. ‘Back to school’ bevat elf aanbevelingen, waaronder het aanwijzen van een schoolcoach. ‘Nu is niemand écht verantwoordelijk voor het terug naar school gaan. De coach, iemand uit het netwerk van het kind, moet met alle partijen een plan maken en dat bewaken. En snel, want hoe langer een kind thuiszit, hoe moeilijker de weg terug.’

Lilian Tham, directeur Behandelzaken bij GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen, erkent de noodzaak van er snel bij zijn. ‘Veel kinderen die bij ons aangemeld worden, blijken al lang thuis te zitten. Wij zetten in op deze groep via PIT, onze psychiatrische intensieve thuisbehandeling. Het is heel hard werken met z’n allen om deze kinderen terug naar school te krijgen. De drempel is hoog. En als het lukt, stromen ze vaak een of twee klassen lager in dan leeftijdsgenoten. Dat maakt het extra lastig.’

Tham legt de bal vooral bij de scholen neer. ‘Vroegsignalering van problemen is cruciaal. Als een docent de signalen van een beginnende depressie bij een jongere herkent, kan er vroeg hulp geboden worden en zal er minder snel schooluitval zijn. Sommige scholen doen dat al goed, andere een stuk minder. Wij kunnen helpen met deskundigheidsbevordering voor docenten.’

Feedback
GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen heeft ook enkele aanbevelingen opgepakt. ‘Er staan afspraken met scholen, leerplicht en Bureau Jeugdzorg. Intern gaan we ons beleid aanscherpen en de registratie verbeteren.’ Tham prijst de energie en positieve invloed van de cliëntenraad en cliëntenraadondersteuner. ‘Zij geven ons veel feedback waar we iets mee kunnen.’

dinsdag 28 september 2010

Wmo biedt te weinig steun aan ggz-cliënt (Psy 2010)

Wmo biedt te weinig steun aan ggz-cliënt

Bron: http://www.psy.nl/fileadmin/files/psyarchief/Files_2004/Wmo__gebrek_aan_psychiatrische_kennis_bij_gemeenten.pdf

Ggz-cliënten profiteren nog veel te weinig van de voorzieningen die de gemeente via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) biedt. Ze blijken zelfs minder specifieke aandacht te krijgen dan voorheen.

Een belangrijk doel van de in 2007 ingevoerde Wmo is om meer mensen te laten meedoen in de samenleving. Gemeentes moeten hun inwoners daarvoor op maat ondersteuning bieden. Van de burger en zijn netwerk wordt een eigen verantwoordelijkheid verwacht om actief hulp te zoeken. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht hoe het staat met de invoering van de participatiewet en presenteerde onlangs het evaluatierapport Op weg met de Wmo.
Weinig feeling
Het SCP concludeert dat gemeenten heel behoorlijk op weg zijn met de invoering van de Wmo. Belangrijk knelpunt is echter dat ze ‘de kleine doelgroepen’, onder wie psychiatrische patiënten, dak- en thuislozen en verslaafden onvoldoende bereiken. Een flink deel van deze groep heeft de weg naar het Wmo-loket nog niet gevonden. Ze beschikken vaak niet over de vaardigheden die nodig zijn om gemeentelijke ondersteuning te krijgen. Bovendien zijn psychiatrische patiënten slechts in de helft van de Wmo-raden vertegenwoordigd. Dak- en thuislozen en verslaafden zitten zelden in deze raden.
Individuele ondersteuningGoedbeschouwd pakt de Wmo voor cliënten met een psychiatrische handicap zelfs negatief uit, zo blijkt uit het SCP-rapport. Het aantal gemeenten dat specifiek beleid voert voor deze doelgroep is sinds de invoering van de Wmo gedaald van 55 procent tot 31 procent. De verklaring daarvoor is dat bij ondersteuning op maat, zoals de Wmo die beoogt, het niet uitmaakt tot welke doelgroep iemand behoort. Het gaat immers om de behoefte van het individu. In veertig procent van de gemeenten vinden cliëntenorganisaties dat mensen met psychiatrische- of verslavingsproblemen, alsmede dak- en thuislozen onvoldoende aandacht krijgen. Medewerkers van het Wmo-loket zouden te weinig feeling hebben voor mensen met een psychiatrische achtergrond.
Minder afwachtend
De eigen verantwoordelijkheid van de burger om op zoek te gaan naar hulp is voor cliënten uit de psychiatrie lang niet altijd makkelijk te verwezenlijken. Minder vaak dan bijvoorbeeld cliënten met een verstandelijke handicap beschikken ze over een netwerk dat ze daarbij kan helpen. Gemeenten zouden zich minder afwachtend moeten opstellen en deze groepen actiever moeten benaderen, vinden de onderzoekers. Ze doen te weinig voor mensen die moeilijk contacten leggen. Terwijl de Wmo er juist op gericht is deze mensen bij de samenleving te betrekken. (ML)

Lees hier het rapport Op weg met de Wmo; Evaluatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2007-2009

"Gemeenten hebben geen benul van psychiatrie (Psy 2004)"

Gemeenten weten niet wat psychiatrische
patiënten nodig
hebben. 

Citaten afkomstig van http://www.psy.nl/fileadmin/files/psyarchief/Files_2004/Wmo__gebrek_aan_psychiatrische_kennis_bij_gemeenten.pdf 

"Gemeenten kunnen vrij
gemakkelijk stoeptegels verleggen zodat trottoirs toegankelijk
worden voor rolstoelgebruikers. Maar voor
integratie van mensen met een psychische handicap
komt veel meer kijken. Deze mensen kampen met specifieke
problemen, bijvoorbeeld gebrek aan initiatief,
onvermogen om te communiceren, slechte concentratie,
achterdocht en gebrek aan ziekte-inzicht. De
meesten vragen niet snel zelf om zorg, begeleiding en
ondersteuning. De samenleving accepteert mensen met
een psychische handicap nog lang niet. Algemene
voorzieningen zijn voor hen slecht toegankelijk.
Gemeenten moeten daar wel voor gaan zorgen, maar
nu hebben ze die deskundigheid nog niet in huis. Ggz-cliënten
zullen te weinig ondersteuning krijgen. Ze
raken geïsoleerd, vereenzamen en worden steeds zieker.
Het risico is reëel dat ze uiteindelijk weer terugkeren
naar de instelling, of ze komen op straat terecht."

" Beleidsmedewerker Liesbeth van Eijndhoven: ‘Voor
veel psychiatrische patiënten is ondersteunende en
activerende begeleiding noodzakelijke zorg om zelfstandig
te kunnen wonen. Daar hebben ze recht op.
Dat recht wordt nu omgezet in een voorziening. Of ze
die krijgen hangt af van het belang dat gemeenten
eraan hechten.’ GGZ Nederland pleit daarom voor
oormerking van het geld voor ondersteuning van mensen
met psychische problemen. Ook cliëntenorganisaties
in de ggz willen dat. Liesbeth Reitsma, voorzitter
van de cliëntenradenorganisatie LPR: ‘Het is voor psychiatrische
patiënten onzeker wat ze krijgen. Wij zullen
een enorme slag moeten maken om op lokaal
niveau volwaardig te kunnen onderhandelen met gemeenten
over de inhoud van het voorzieningenpakket.
Ik zie dat somber in. In veel regionale cliënten- en
patiëntenplatforms zijn psychiatrische patiënten niet
vertegenwoordigd. Zij worden daar niet vaak voor
gevraagd. Dat ligt ook aan de aard van hun stoornis.
Vaak zijn ze niet zo communicatief. Daarom is het zo
jammer dat er te weinig in de samenleving wordt
geïnvesteerd om psychiatrische patiënten te accepteren."

"Thea Over is
directeur van RODAS, de regionale instelling voor
dagbesteding, scholing en arbeid regio Haarlem, van
ggz-instelling De Geestgronden.:‘Ik wil wel meedoen als
gemeenten activiteiten aanbesteden. Dat doen we
trouwens al. Ik zie wel de gevaren van deze wet, vooral
als het geld niet geoormerkt wordt - dat moet
natuurlijk wel - maar gemeentelijke financiering hoeft
niet slecht te zijn. Je bent inderdaad afhankelijk van
gemeentelijke willekeur, maar de centra zijn nu afhankelijk
van de willekeur van ggz-instellingen. De ene
instelling besteedt veel meer geld aan dagbesteding,
arbeidsprojecten en trajectbegeleiding dan de andere.
Ggz-instellingen zullen een deel van hun budget moeten
afstaan aan gemeenten en hun deskundigheid
moeten overdragen en inzetten. Je zult gemeenten
moeten informeren over de noodzaak van deze voorzieningen.
Dat is de plicht van elke ggz-bestuurder.
Wijs gemeenten maar op mogelijke gevolgen, bijvoorbeeld
in verband met overlast, als psychiatrische
patiënten niet goed worden ondersteund.’

woensdag 15 september 2010

Helpt de GGZ? Informatiebijeenkomt over ROM? DaaROM!

Helpt de GGZ?

Uitnodiging voor informatiebijeenkomst over ROM op 12 oktober 2010
speciaal voor cliënten, verwanten, leden van cliënten- of familieraden, ervaringsdeskundigen

Attentie
De eerste informatiebijeenkomst voor cliënt- en familievertegenwoordigers over ROM vond plaats op 15 juli jl.. De belangstelling voor deze bijeenkomst bleek zeer groot te zijn. Daarom is er voor gekozen om deze informatiebijeenkomst te herhalen op 12 oktober a.s..

Het meten van het effect van de behandeling
Jaarlijks doen bijna een miljoen Nederlanders voor korte of langere tijd een beroep op de ggz. Het is de kunst om er voor te zorgen dat elke cliënt de juiste behandeling krijgt. Wat werkt het best voor welke cliënt?
De komende jaren gaan ggz-instellingen daarom voortvarend aan de slag met het meten van de effecten van de behandeling.
• De cliënt krijgt inzicht in het verloop van de behandeling: “Ga ik er op vooruit?”
• De behandelaar: “Zit ik samen met de cliënt op het goede spoor?”
• De ggz-instelling: “Welke behandeling heeft de beste resultaten?”
• De zorgverzekeraar: “Wordt het ggz-budget goed besteed?”
• VWS: “Is de ggz een goede investering?”

ROM
Het meten van de effecten van de behandeling gaat plaatsvinden door routine outcome monitoring, kortweg ROM. Dit betekent dat aan het begin van de behandeling, tijdens en op het einde aan de cliënt gevraagd wordt om een vragenlijst in te vullen, zodat vastgesteld kan worden of de behandeling het bedoelde effect heeft.

GGZ Nederland, LPGGz en LOC
GGZ Nederland verwacht veel van ROM. Op basis van de uitkomsten kunnen behandelingen verbeterd worden, maar kan ook de betekenis van de ggz beter in beeld gebracht worden.
Het Landelijk Platform GGz cliënten- en familieorganisaties, kortweg LPGGz en LOC-zeggenschap in de zorg hechten ook veel waarde aan ROM. Cliënten krijgen hierdoor meer inzicht in het verloop van de behandeling en kunnen daardoor eventueel tussentijds in overleg met de behandelaar de behandeling bijsturen of overstappen naar een andere behandeling als zij niet tevreden zijn over de voortgang.

Informatiebijeenkomst
Voor het meten van de effectiviteit van de behandeling is de medewerking nodig van de behandelaren, maar met name van cliënten. Zij zullen immers de ROM-vragenlijst in moeten vullen. Om deze reden organiseren GGZ Nederland, LOC en het LPGGz op dinsdag 12 oktober a.s. voor de tweede keer een informatieve bijeenkomst over ROM speciaal voor cliënten, verwanten, leden van cliënten- of familieraden, ervaringsdeskundigen. Het programma is deels hetzelfde als tijdens de informatiebijeenkomst van 15 juli jl., die overtekend was.

Programma
9.30 uur Inloop
10.00 uur Welkom
Wat is ROM en waarom ROM?
11.00 uur Korte pauze
11.15 uur Een praktijkvoorbeeld
12.15 uur Lunch
13.00 uur Ervaringen delen
Ambassadeurschap voor ROM
15.00 uur Afsluiting met een drankje

Toegang
Gratis

Locatie
Amersfoort, bij GGZ Nederland; Piet Mondriaanlaan 50/52
(de Piet Mondriaanlaan ligt aan de achterzijde van het NS Station Amersfoort)

Datum en Tijd
12 oktober van 10.00 tot 15.00 uur

Aanmelding
Via Ina Wallenburg van GGz Nederland: iwallenburg@ggznederland.nl, met vermelding van naam, contactgegevens en evt. ggz-instelling en plaats.

Informatie over de bijeenkomst is te verkrijgen via:
Steven Makkink – LPGGz - s.makkink@platformggz.nl - 06-26170178
Elsbeth Reitsma – GGZ Nederland – inforom@ggznederland.nl – 06-10921514

Informatie over ROM is o.a. te vinden op de website van GGZ Nederland: GGZ Nederland - Resource Outcome Measurement (ROM).

Let wel
Als de reiskosten een drempel vormen voor deelname, dan kunnen deze vergoed worden. Graag kenbaar maken bij aanmelding.

-----------------------------
Informatiebijeenkomt over ROM? DaaROM!
10 september 2010
WaaROM?
http://www.ggz.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=12813:informatiebijeenkomt-over-rom-daarom&catid=1:laatste-nieuws&Itemid=140

Jaarlijks doen bijna een miljoen nederlanders voor korte of langere tijd beroep op de ggz. Het is de kunst ervoor te zorgen dat iedereen de juiste behandeling krijgt. Maar wat werkt het best voor wie? De komende jaren gaan ggz-instellingen daarom voortvarend aan de slag met het meten van de effecten van de behandeling door middel van ‘ROM’: routine outcome monitoring. Aan het begin, tijdens en na de behandeling vult de
cliënt een vragenlijst in. Is ROM eigenlijk wel in het belang van de cliënt?

Informatiebijeenkomst
Wat wordt er straks precies gemeten? Zijn cliënten écht beter af met ROM? En wat doen ‘ze’
met de gegevens? Voor het beantwoorden van deze en andere vragen organiseren het LPGGz, LOC-zeggenschap in zorg en GGZ Nederland op 12 oktober 2010 wederom een informatie-bijeenkomst, speciaal voor cliënten, verwanten en leden van cliëntenraden. Dus iedereen die
niet bij de bijeenkomst van 15 juli aanwezig kon zijn omdat het aantal aanmeldingen de verwachtingen overtrof, krijgt nu een herkansing! Aanmelden kan uiterlijk tot en met 4 oktober. Lees hier meer over ROM.

Datum:12 oktober 2010
Locatie: opent in een nieuw venster GGZ Nederland te Amersfoort
Tijd: 10.00 - 15.00 (inloop vanaf 9.30 uur)
Aanmelden: jwallenburg@ggznederland.nl
Toegang: gratis, inclusief lunch
Programma: download opent in een nieuw venster hier toon HTML-versie van het document het programma

_____________________________________________________________________________

Meer informatie over het project
Steven Makkink, LPGGz
s.makkink@platformggz.nl
06-26170178

Elsbeth Reitsma - GGZ Nederland
inforom@ggznederland.nl
06-10921514

Susan van Hees - projectmedewerker GGZ Nederland
inforom@ggznederland.nl
033-460 8943





Meer nieuws...